Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Atchin zou zijn ? of dat hij op het voorbeeld van een wijs en voorzigtig voorgeslacht, dien dood en verderf aanbrengenden uithoek van Sumatra eenvoudig zou ontruimen, om onzo deerlijk geknakte en versmolten strijdkrachten ter beveiliging van Java en van de overige Bezittingen, ter versterking van ons gezag en van de algemeene en bijzondere hoe lang zoo meer bedreigde regtszekerheid en veiligheid te sparen en te behouden?

En daar men mij nu eenmaal een Gebed in den mond legt, strekt mijne bede daarheen, dat nu eindelijk eens voor goed met een even onverantwoordelijk als rampzalig stelsel van verovering in Indië zoowel als in Europa worde gebroken; dat de Regering langer voor de welwillende wenken niet doof, voor het gevaar niet blind, nog vóór het te laat zij, aan veler geuite wensch, gehoor geve en de benoeming van den diplomaat van Lansberge intrekke, die trots „den ijzeren vasten wil", welken deze en gene gedienstige bladen hem zonder eenig blijk of schijn van bewijs gelieven toe te kennen, niet heeft geaarzeld op last uit 'sHage aan de handelingen van het Internationaal Congres te Brussel deel te nemen, dat congres van Russische en Pruissische menschenvrienden, dat veeleer den indruk maakt van een gesprek van arglistige wolven met de onschuldige en ligtgeloovige lammeren, die eerlang zullen worden verslonden; en dat met terzijdestelling van alle herinneringen van 1866 — 1868 eindelijk te Batavia zelf een Gouv.-Gen. gezocht moge worden, een man die van April 1873 af daar tegenover den heer Loudon, de noodzakelijkheid van den vrede met Atchin niet heeft geschroomd te handhaven; een man die van den geringsten tot den hoogsten trap in regterlijken en in administrativen kring opgeklommen, onwankelbaar in het belijden van zijne overtuiging, een waarborg zou zijn voor het behoud van ons gezag tegelijk met hot herstel van den Vrede, en wiens naam ik noch voor de Regering, noch voor de Natie behoef te herhalen.

4 Jan. 1875.

Sluiten