Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tenzij men schertsend een of anderen vreemden Gezant den Pourceaugnac van Molière herinnero en de vraag voorlegge of hij dan inderdaad meent, dat wij Litiiounins en stapelgek geworden zijn en of er een Bewind en een Vertegenwoordiging in Nederland dwaas en laaghartig genoeg zouden gevonden worden om de Kroon en de Natie beide langs dien weg vrijwillig te gronde te helpen ?

UTRECHT, 1 Maart 1875.

ZAL MEN DAN NIET EINDELIJK ATSJIEN VERLATEN?

Aan de jongste droevige berigten voeg ik de volgende toe uit een brief van 14 Januarij jl. — ,,De oorlog op Atsjien blijft op het oude. Laatst hebben wij tijding gemaakt van het innemen van een paar versterkingen en het nemen van een paar kanonnen, voila tout. Van onderwerping geene sprake; en al kwam die, dan heeft die niets te beduiden bij dit trouwelooze Volk. Hierin vind ik juist het gevaar voor de doorzetting van den oorlog, die doorzetting in zoo een ongezond klimaat, is een crime voor een beschaafd Volk. Als men alleen nagaat, dat men geene vrijwillige koelies kan krijgen, en dat men daarom de gevangenissen heeft leeggemaakt (menschen, die meestal heel kleine diefstallen gepleegd hebben, en te dier zake voor een maand of wat zijn gestraft) en dat er reeds 5000 van die arme inlanders aldaar gestorven zijn aan ziekte en ellende, dan gaat iemand een koude rilling over het lijf. Men zegt dat juist met het oog op zulke expedities, de wet is veranderd. Vroeger was de straf zooveel jaren op eene plaats op Java, door den Gouverneur-Generaal te bepalen: do nieuwe Wet sedert 1 Jan. 1873 luidt alleen zooveel jaren dwangarbeid, door den Directeur van Justitie te bepalen; en nu is daar misbruik van gemaakt, en heeft men die ongelukkige kerels, die een kleinen diefstal hadden begaan en deswege veroordeeld naar Atsjien gezonden, om de expeditie mede te maken. De meesten ligyen in de zee; de anderen,

14

Sluiten