Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoogeschool cu do daaraan, gelijk aan de gansche geschiedenis van Nederland verbonden roemrijke herinneringen. Men mogt niet alleen dat heiligdom der wetenschap, maar den vrijgevochten aderlandschen grond tegen eiken nieuwen aanstoot veilig en verzekerd wanen; en toch de gevierde gasten zijn naauwelijks verdwenen, of uit Duitschland komt weder eensklaps tegen ons, zoowel als tegen België en Zwitserland, een wanklank van verdachtmaking de pas zoo welluidende overeenstemming storen. Zal men dan in Pruissen nimmer begrijpen, dat onze vrije en onzijdige Staat met al het woelen en gisten in Kerk en Staat in den boezem van het Duitsche Rijk, niets ter wereld te schaffen heeft; dat de bij ons van 1795 af erkende beginselen, in Constitutiën en in de Wetgeving uitgedrukt en toegepast, door eene ervaring van tachtig jaren ontwikkeld en geworteld, van de tegenwoordige proefnemingen te Berlijn hemelsbreed verschillen ? Wat bij u gebeurt, wat wij meenen te kunnen doen of laten, is ons over en weder vreemd: chacun chez soi, chacun son droit, hield de schrandere Dupin den Franschen annexionisten of chauvins voor; — eene waarheid, die aan de overzijde van den Rliijn, na de bewelmende zegepraal van 1866 en 1870, maar al te dikwerf wordt miskend, maar die toch aan de mannen der theorie, der degelijke en strenge wetenschap niet kan ontglipt zijn. — Wat in België of in Zwitserland geschiedt is evenmin aan de eischen der Pruissische of Duitsche Politiek, het is enkel aan den geest en de bepalingen van de daar, evenals bij ons onschendbare Grondwetten of vrijheden te toetsen. En er komen soms tijden, in welke deze of gene Staatsman ter prooi aan vervolging in de groote Monarchie, zich gelukkig acht in den naburigen Vrijstaat eene schuilplaats te vinden; gelijk ons de in 1852 te Berlijn door Manteuffel mishandelde Heinrich v. Arnim heugt die in Holland eenige gelukkige jaren gesleten hebbende, betuigde — hoe hooghartig hij als Pruissisch Edelman en Minister mogt zijn, nergens liever dan hier zijn graf te willen stichten, waar hij van zijne glansrijke maar woelige militaire en diplomatische loopbaan zoo genoegelijk en vrij had mogen ademen. — Indien men nu en dan, te Berlijn tegen die lastige naburen te velde trekt, waar-

Sluiten