Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trouwen op den steun der Voorzienigheid, het buitenlandsch geweld af. Zoo ver, tot dat uiterste is het Goddank, nog niet gekomen, maar wel vermeerderen van dag tot dag de ongunstige en verontrustende voorteekenen, die het geraden is niet te ligt te tellen maar ook niet te zwaar te tillen. — Het zij mij vergund nu men het tamelijk hier en elders erkent, dat het gevaar veel minder uit het Zuiden dan uit het Noorden en het Oosten dreigt, te herinneren, dat toen vier jaren geleden, in en buiten de Tweede Kamer der Staten-Generaal, veel over de vraag van het Regt over Oorlog en Vrede werd geredekaveld, en door dezen en genen de noodzakelijkheid der herziening van Artikel 56 der Grondwet werd betoogd, ik destijds, (het was vóór de roekelooze onderneming tegen Atsjien) geen grond vond die beschouwingen te beamen, maar dat ik in mijn schrijven van 18 November 1871 het Hoofdbestuur van het Algemeene Nederlandsche Vredebond uitnoodigde, den blik naar een anderen kant te rigten. „Het gevaar dat Nederland dreigt, zeide ik, ligt niet in de praerogativen der Kroon te 'sHage uit te oefenen, maar buiten onze grenzen, te Berlijn, en in de permanente krijgskas van het Duitsche Rijk, daar in Pruisen, in Duitschland, niet in onze vredelievende Hofplaats; daar, waar volgens de openhartige belijdenis van Constantin Frantz (Das neiie Deutschland Belenchtet in Briefen an einen Preusischen Staatsman», Leipzig 1871) de „kazerne-philosophie" aan de orde is, en de drie Staatsmagten Artillerie, Kavalerie en Infanterie heerschen, daar en nergens anders naar het schijnt, zoude ter bevordering van den Vrede, de valsche theorie, die de permanente krygskas voedt, behooren bestreden te worden". — En aan het slot van dien brief, door het Vredebond eene plaats in de rij der adviezen van de H.H. van Bemmelen, Buys, Teilegen, en van Oostenrijk niet onwaardig gekeurd,') verklaarde ik mij tot een of anderen meer regelregten en beslissenden stap ter bestrijding der „kazernephilosophie" te Berlijn en van de Duitsche annexie-koorts, te allen tijde bereid.

') Adviezen en beschouwingen, in 1872 bij Gebrs. Belinfante te 's Hage verschenen, bl. 74.

Sluiten