Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lid der Tweede Kamer, Mr. G. A. Fokker, luide zijne stem gelijk in het vorig jaar de Staten-Generaal zelve de scherpe critiek van mijn Ambtgenoot Vissering hadden te verduren en Dr. J. van Vloten hun thans niet eens den titel van Volksvertegenwoordigers verleenen wil. Vele jaren reeds geleden heeft de Raadsheer van Hugenpoth ergerlijke misbruiken aan het licht gebragt; ten gevolge van welke alles behalve waarheid in staatsbeleid heerscht, allerminst in do zamenstelling der Volksvertegenwoordiging. En zoo heb ik zelf in 1870 niet geaarzeld, in eene aan den medebewerker der grondwetherziening van 1848, Mr. J. M. de Kempenaer toegewijde Verhandeling ') op de vervalsching der verkiezingen te wijzen, door de democratische familie-Regering van Bestuurders van plaatselijke kiesvereenigingen en van dagbladschrijvers, van welke niet weinigen niet eens kiezers waren, en die toch vermetel den toon gaven trots de edelste bedoeling van den grondwetgever, met eiken dag meer gepleegd. Het is dat onwaardig juk van 25 jaren, dat ten laatste moet worden verbroken; vrij van alle politische of kerkelijke banden heb ik besloten, na een degelijk en waarheidlievend onderzoek het mijne bij te dragen om tot een minder slechten toestand te geraken, en roep ik tot dat einde de welwillende mededeeling van mij nog onbekende stukken en feiten in, die mij als bouwstoffen tot dien arbeid van nut zouden kunnen zijn. Onmiddelijk na de uitgave van het reeds vergevorderd Tweede Deel der Gedenkschriften en Brieven van den Raadpensionaris van de Spiegel, nog vóór het najaar zal ik mij aan de zooeven gemelde nadere studie der gebreken van ons kiesstelsel wijden en als het resultaat van dat onderzoek, vreemd aan alle bijoogmerken of partijbelang de middelen van herstel aan het oordeel der Natie dan tevens en tegelijk onderwerpen. Moge ik in het volbrengen dier taak veler waarheidlievende, onzijdige en verlichte zamenwerking ondervinden!

UTRECHT, 26 Junij 1875.

') Onze Volksgeest vóór en na de Grondwetherziening van 1848. Utrecht, C. van der Post Jr.

Sluiten