Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\ ice-President van den Raad van Indië, Nieuwenhuyzen, voor den Gouverneur-Generaal Loudon, voor den anders zoo beminden Generaal Verspyck. — Zijn al die verschijnselen, al die misrekeningen en teleurstellingen roekeloos in den wind te slaan, of behoort men niet zorgvuldig al die weinig uitlokkende teekenen, als even zoo vele onheilspellende vermaningen en waarschuwingen te behartigen ?

Het zij mij vergund te herinneren, dat ik van stonde aan, toen nog geen enkel schot in April 1873 was gevallen, nog voor de landing en den dood van den generaal Kohier, de onberaden oorlogsverklaring tegen Atjeh heb afgekeurd, en openlijk gevraagd op wiens verantwoording die komen moest, van den Gouverneur-Generaal Loudon of wel van den Minister van Koloniën Fiansen van de Putte (7 April 1873)? dat ik daarna op grond van verstrekte mededeelingen uit allezins bevoegde hand, te vergeefs heb doen uitkomen, dat men zich tot de blokkade van Atjeh voorzigtigheidshalve had moeten bepalen, dat ik verder even vruchteloos (3 Mei 1873) de vraag heb behandeld „Mag de Tweede Kamer den Minister van Koloniën laten begaan?" — waarin de volgende zinsneden, die mijn geweten geruststelden, en die thans wederom te midden der suikerzoete debatten van de Tweede Kamer hare toepassing kunnen vinden, nog wel schijnen herdacht te mogen worden: ,,Zoo heeft het mij met velen bevreemd dat na de droevige tijding der nederlaag en bij het hervatten der werkzaamheden, de Kamer met de meeste toegeeflijkheid den Minister wien men waande terstond te zullen zien aanvallen, in tegendeel gelaten en geduldig een uitstel had verleend en zich tot een ijskoude afleiding dagen lang in de Sectiën had verdedigd." — Gewoon zonder aanzien des persoons mijne overtuiging uit te spreken, niet in het geheim van de parlementaire taktiek, maar als eenvoudig burger den loop der dagelijksche gebeurtenissen volgende, heb ik in de vorige week belangstellend met velen naar de hervatting der werkzaamheden van de Tweede Kamer uitgezien, en daarbij als ontwijfelbaar verwacht dat de zaak Steek zich in eene zaak Henny-van Goltstein zou ontspinnen en ontwikkelen. Maar neen; de Staten-Generaal waren nooit zoo

Sluiten