Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterke IJssellinie; eener positie aan den beneden-IJsscl; van eene andere rondom Harlingen; het bevestigen der Oostzijde van de Betuwe; het bezetten der Betuwe voor strategische verdediging; bevestiging van het Zuidwestelijk frontier (5 of 10 dagen tijd van voorbereiding); het nemen van maatregelen voor eventuele kustverdediging; het in orde hebben van een Leger voor bovengenoemde taktische doeleinden; een Leger voor strategische verdediging." — Elk dier punten wordt beknopt en helder toegelicht; en de slotsom van zijne Beschouwing is deze: „Nederland is radicaal te verdedigen binnen het bereik zijner krachten, zonder dat zulks te groote uitgaven vordert." — Geld is noodig, en wol veel geld; maar daar tegen is niet uit het oog te verliezen „dat, van alle Staten, met wie wij in oorlog kunnen geraken, Duitschland onze gevaarlijkste nabuur" — met het nu bestaand zeer geconcentreerd stelsel van schijn verdediging (bl. 5), zijne troepen in vijf dagen vóór de Utrechtsche linie kan brengen! — Van welke fraaie linie de Schrijver ons waarschuwt, (bl. 41), ons een niet al te hoogen dunk te vormen; terwijl hij de Begrooting der kosten van het door hem zelf voorgestaan flankstelsel op ,,bijna dezelfde jaarlijksche som" (bl. 77) raamt, waarvoor thans het geld onnut verspild wordt. — Vreemd, dat de scherpzinnige Schrijver, die de verdediging roet voor voet te lande vasthoudt, daarentegen voor de Marine, tot een meer beperkt stelsel schijnt over te hellen. „Noch Ooster- en Westerschelde, noch Texel en Vliestroom kunnen wij — beweert hij — blijven verdedigen" — Het zij mij hier vergund, mot opzigt tot de weleer genomen maatregelen ter beveiliging van Zeeland en van Staats-Vlaanderen, aan de overweging dor hedendaagsche krijgskundigen de Rapporten en andere Staatsstukken aan te bevelen, in het door het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen in het vorige jaar uitgegeven Tweede Deel van Mr. Laurens Pietcr van de Spiegel en zijne tijdgenooten, hier en daar te vinden; maatregelen met overleg van den toenmaligen Directeur-Generaal der Fortificatiën du Moulin vastgesteld ').

') Bl. 52—59, 99—103, 432—436.

Sluiten