Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keling en ontknooping, de terugslag uit het Oosten op het Westen zijn zal, wie waagt het te verkondigen? Men kan slechts raden en gissen. Doch wèl schijnt het pligt, zich bij tijds voor Nederland een wel afgebakende gedragslijn voor te schrijven en die kalm en vastberaden, onveranderlijk tot rigtsnoer te nemen. Niemand heeft ons van 1854—1856, of later in 1859, 1866 en 1870 de Neutraliteit uit het oog doen verliezen, die al weder, welke de loop der groote gebeurtenissen zijn moge, onze regten en belangen, onze vrijheid en onafhankelijkheid voor de oorlogvoerende Mogendheden onschendbaar kan en moet maken. Wij kunnen en mogen ons in geen geval, welke vrees men ons Kabinet mogt willen aanjagen, van die Neutraliteit een enkele stip laten afbrengen. Wij kunnen en mogen — zoolang wij een zelfstandig Bestuur van Buitenlandsche Zaken bezitten, ons niet gelijk in 1803 op sleeptouw laten nemen met geen ander gevolg, dan trots alle inspanning van geld- en strijdkrachten, te water of te lande onherroepelijk onder de heerschappij van een te magtigen en onverbiddelijken Bondgenoot of Beschermer, Moederland en Koloniën beide, te gronde te gaan.

Ter afwending van zulke gevaren, blijft ons en het van Nederland onafscheidelijk Huis van Oranje, de veiligste toevlugt en het plegtanker als van ouds, van ons glorierijk Volksbestaan, het Eendragt maakt magt, en de opwekking van het Hoofd van den Staat en van den vermoedelijken erfgenaam der Kroon, den steeds uitlandigen Prins, tot het besef van den hoogen ernst van deze hagchelijke dagen. Onze dagbladen behooren zich uit liefde tot het Vaderland, van de vermelding van nietigheden te onthouden, die in den vreemde, tot nadeel van doorluchtige personen zouden kunnen strekken.

Laat de pers zich voortdurend wat meer gelegen zijn aan de doorwrochte en toch vloeijend en onderhoudend geschreven Geschiedenis van Nederland na 1830 van den Hoogleeraar de Bosch-Kemper, met hare treffende bewijzen van nationale eensgezindheid en toewijding aan de goede zaak; laat zij in stede van beuzelarij te verspreiden, zich liever haasten aan het Tijdschrift de Gids een fragment der schoone bladzijde van de edele toe-

Sluiten