Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoel van schaamte verzekerde de getrouwe opkomst: Zoo niet, de niet-tegenwoordige werden wel eens tot afschrik aan de kaak gesteld. — En voorheen, in den vollen tijd der heetste Revolutie, in 1798, werden 10 gulden voor eiken dag gekort, dien de Leden zonder verlof van den Voorzitter der Kamer afwezig waren. In dezen tijd, van Conservative Revolutie, waarin Geregtshoven, Arrondissementsregtbanken en Kantongeregten bij de vleet worden opgeheven, heeft de Natie van hare dusgenaamde Vertegenwoordigers voor het minst te eischen, dat zij die niet gelijk weleer in de dagen der Nederlandsche Republiek, aan den stipten last gebonden, beraadslagen en besluiten, naar eed en geweten, voor het overige vrij en onbelemmerd hunne stem uitbrengen, wakker en waakzaam op hunnen post staan, en de hun toevertrouwde belangen niet schertsend en luchthartig maar met naauwgezetten ernst waarnemen. Zetels van Regterlijke Collegiën te vernietigen is geene lachwekkende zaak, en eene „hilariteit", die men teregt van toehoorders der tribune niet zoude dulden, voegt den Leden bij zulko handeling, allerminst. Doch wat van dezulken te oordeelen, die misschien na Hemel en Aarde bewogen te hebben, om Leden der Sta ten-Generaal te worden, van hunnen eed en geweten kunnen verkrijgen, om zich van tijd tot tijd bij het stemmen over de gewigtigste onderwerpen, met 10-, 20- en 30-tallen aan de vervulling van hun bezworen pligt te onttrekken?

Moeten wij de dagbladen gelooven, zoo heeft dat treurig feit nu ook weder bij het eerste der voorgedragen regterlijke ontwerpen plaats gehad, zoo wel als zeer onlangs bij eene belangrijke finantiële wet, en menigmaal reeds bij andere gelegenheden. Vanwaar die onthouding? Om een of anderen Minister, wiens gast- of dischgenoot men was, niet af te vallen of te mishagen, of wel om hem uit partijzucht eene schitterende overwinning te weigeren, of om bij de kiezers in rekening te kunnen brengen, dat men zich op die of gene wijze heeft gedragen; of uit onverschilligheid en onwetendheid wat te doen of te laten? — De grondwet, door met het stelsel van ruggespraak en lastgeving te breken, heeft in den Volksvertegenwoordiger den moed der overtuiging, rondborstig en onwankelbaar zonder aanzien des

Sluiten