Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

persoons te uiten, dan wel zeer ongelukkig ondersteld. — Den niet-stemmende mag men tegemoet voeren: Gij hebt, wel is waar, niet openlijk tot de afschaffers en sloopers behoord, gij hebt niet mede afgebroken, maar gij hebt laten begaan, lijdelijk en flaauwhartig, waar gij mannelijk Uwe stem voor of terjen hadt te verheffen, zijt gij zedelijk medepligtig geworden aan het kwaad, welligt in een onbewaakt oogenblik gesticht.

Groot zal dezer dagen de verantwoordelijkheid zijn van hen, die het vraagstuk der Advocaten of Procureurs ligt zouden tellen. sLands vrijheid in de toekomst, hangt daarvan voor een niet gering deel af. — Men spiegelt ons het model der AdvocatAnw&lte voor, alsof niet sints meer dan eene halve eeuw Feuerbach en Mittermaier de Duitsche Regeringen en hunne Landgenooten op Groot-Brittannië en Frankrijk hadden gewezen, om die thans bij ons aangeprezen Advocat-Anwalte uit de diepste vernedering en minachting op te beuren; en alsof niet nog veel later, Robert v. Mohl in gelijken geest de noodzakelijkheid had betoogd, om de eer der Balie als steun der burgerlijke en der politische vrijheid beide, te doen waarderen. Die Duitsche geleerden hebben, met wèlverdiende ingenomenheid op onzen grooten Advocaat J. D. Meijer gewezen, wiens geschriften denzelfden stempel dragen, als dien van de vrijmoedige en welsprekende Britsche en Fransche Regtsgeleerden van vroegeren en lateren tijd. En nooit heeft hier te lande in de pleitzaal, die eerlijke en onbuigzame liefde tot de waarheid ontbroken, die — ik heb het in 1840 in de derde Verhandeling over den Hoogen Raad van Holland, Zeeland, en West-Friesland doen uitkomen — de Nederlandsche Advocaten als zelfstandige en onafhankelijke verdedigers van het Regt kenmerkte. — „Waarom dan, mogt ik vragen missen wij eene Geschiedenis der Nederlandsche Advocaten, eene Orde door Oldenbarnevelt en Hugo de Groot, door Jacob Cats en Gasper Fagel, door Elie Luzac en Schimmelpcnninck vereeuwigd?" — Sla — roep ik thans den Minister van Justitie toe — sla geen schendende hand aan die Advocaten, tot welke gij zelf vele jaren hebt behoord, door hen gelijk Uwe Duitsche Anwalte, te doen afdalen tot schrijvers en klerken, en

Sluiten