Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Provinciale Geregtshoven kon verdwijnen, daar de herziening der Grondwet in 1818 hun aanzijn eer twijfelachtig maakte dan verzekerde; maar (Je Arrondissements-Regtbanken zijn in Art. 163 constitutioneel gewaarborgd; en toen bij de inlijving van Holland in het Fransche Keizerrijk het Regtswezen geregeld moest worden had zelfs de vreemde Dwingeland de behoefte aan een dagelijkschen, ieder oogenblik genaakbaren Regter als een heugelijk Nederlandsch beginsel eerbiedigende, nagenoeg alle diezelfde Collegiën in de steden ingesteld, na 1813 behouden, welke men thans buiten eeniye noodzaak, en tot groot ongerief der justitiabelen, zou vernietigen. Even als de Hoven zijn gehalveerd, zou een radicaal doortastend Kabinet krachtens Art. 2 der Grondwet ook wel de helft van onze Provinciën kunnen opheffen, en die maatregel, hoe bedenkelijk, zou toch als constitutioneel niet gewraakt kunnen worden: het Art. veroorlooft duidelijk zulk eene vereeniging of zamensmelting; doch wat zou in dat geval, in 1848 door eenige Drijvers wel degelijk begeerd en voorgespiegeld, van de Provinciale Staatsvergaderingen, en zoo dan ook onvermijdelijk van de Eerste Kamer zelve worden?

Toen in 1838 de Provinciale Geregtshoven werden ingesteld was die zaak voor eenige ouderen van jaren, eene herinnering aan de dagen van hunne jeugd, maar voor de groote meerderheid der Natie eene weelderige nieuwigheid, zeer impopulair door de geestige voorstelling van Dirk Donker Curtius, dat wij nu haast allen ook wel kans hadden, Raadsheeren te worden. Onder zulke indrukken, en nog meer uit vrees voor toenemend Provincialisme, hebben die Hoven, sedert de herziening der Grondwet in de lucht zwevend en door allerlei proefnemingen geslingerd, nooit het vertrouwen van duurzaamheid verkregen; de Regtbanken daarentegen, zoowel als het openbaar Ministerie, daarbij werkzaam, zijn steeds in de algemeene nationale overtuiging als onmisbaar beschouwd, en aard- en nagelvast geworden. In Nederland zoowel als in België, waar trots de hitte der Revolutie, van Februarij 1831 af

de Regtbanken grondwettelijk zijn gehandhaafd, terwijl bij de wet

van 4 Augustus 1832 slechts drie Hoven van Appel en een Hof van Cassatie werden ingesteld. Heeft men bij ons in het

Sluiten