Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de ontwerpen aandringt, maar zich tevens welwillendgezind betoont de middelen tot verhooging der jaarwedden of bezoldiging der Leden van de Arrondissements-Regtbanken en Kantongeregten aan een Minister te schenken, wiens talenten nog in zoovele andere punten kunnen uitmunten, dan zal men niet in de eene stad vlaggen behoeven uit te steken, en in eene andere te rouwen; dan keeren kalmte en tevredenheid in de geschokte gemoederen terug. Maar vooral dan blijft een der hoeksteenen van het Constitutioneel Staatsgebouw ongeschonden, die integendeel eens weggenomen, de Monarchie zelve zou doen waggelen. Vergeet het voorstel tot algeheele ontbinding, dat geen amendement maar een splinternieuw voorstel was, even ligtvaardig aangenomen als geïmproviseerd; geneest de wonde, in een onbewaakt oogenblik geslagen, en moge de Eerste Kamer nu althans, bij deze allergewigtigste beraadslaging, het bewijs leveren, dat het doel van hare instelling, in 1815 door helderziende Staatslieden geformuleerd, inderdaad op het voorbeeld van Groot-Brittannië, ook bij ons vruchten draagt; „ten einde alle overijling in de raadplegingen te voorkomen, in moeijelijke tijden aan de driften heilzame palen te stellen, den Troon te omringen door een bolwerk, waartegen alle partijen afstuiten, aan de Natie eene volkomen zekerheid te waarborgen tegen alle willekeurige uitbreiding van gezag"l). — Gaan de elf Arrondissements-Regtbanken en ruim 40 Kantongeregten te gronde, Nederland zou van een wetenschappelijk land eene woestijn worden; en van een vrij Volk, een zich allengs plooijend naar dienstbaarheid en slavernij, maar dan ook met het uitzigt op een geweldigen ommekeer.

UTRECHT, 24 Maart 1877.

't Rapport der Commissie ter herziening der Grondwet, 13 Julij 1815 (O. K. v. Hogendorp enz.)

Sluiten