Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wettige ontzetting der levenslang aangestelde Regters, aan de ontbinding van alle Collegiën die den ingezetene zijn plaatselijken Regter waarborgden, en eindelijk aan de zedelooze Regterlijke concept-loterij zijn zegel hechten, en de Magistratuur onherstelbaar krenken?

Waartoe dient het praerogatief der Kroon ? s Konings onbepaald veto, dan voor zulk een exceptioneel geval! Het exceptionele springt in het oog bij het misbruik in de Tweede Kamer van een zoogenaamd Amendement, dat de Leden heeft verschalkt, en dat zonder onderzoek in de Afdeelingen, terstond en gretig door den Minister van Justitie is overgenomen; zoodat met verrassenden spoed of liever met bliksemsnelheid het ontwerp in den zin van eene Dictatuur zonder voordragt of aanbeveling werd gewijzigd. Maar het exceptionele ligt vooral in het medestemmen van leden der Regterlijke Magt, tevens leden van beide Kamers in eene zaak, die hen regelregt betrof; eene onkieschheid in de provinciale en Gemeentewet met duidelijk verbod gewraakt (Art. 29, 73 85, Prov. Wetb. Art. 46, Gemeentewet) en bovendien met Art. 29 van den zuiverings-eed in de Wet op de Regt. Organisatie voorgeschreven, al zeer slecht te rijmen. De Minister van Justitie zou eene zóó onbegrensde macht verkrijgen, hoedanig nu bijna 40 jaar geleden, de grijze van Maanen zelf nooit heeft gehad, noch kunnen oefenen, daar toch Willem I en de Secretaris van Staat van Doorn een oog in het zeil hielden. Thans zouden grijsaards leden der Magistratuur verpligt worden, bij jongelieden der Bureaux te s Hage voor hun gevoel stuitende en vernederende stappen te doen en dat in weerwil van de klare artikelen der Grondwet, die hunne onafzetbaarheid verzekerden. Men heeft zich in den loop van het debat op Thorbecke beroepen, maar Thorbecke draagt waarlijk geen schuld aan het gebeurde. Hij maakt integendeel, met zijne gewone scherpzinnigheid een onderscheid (Aanteekeniny II, 203) tusschen de Fundamentele en de wisselvallige wetgevende bevoegdheid in deze regelen, waar — evenals in ons tegenwoordig artikel 163 over de levenslange Regters van de Arrondissements-Regtbanken, — dit letterlijk te vinden is: „De Wet regelt": (Art. 184 der G.wet van 1840) „de Grond-

Sluiten