Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ja, wij zijn verkocht en verraden, maar Goddank nog niet

geleverd."

Wij zullen, geloof ik, wel doen bij al den ophef, die nu en dan in onze pers van de kolossale magt der groote Kabinetten gemaakt wordt, alsof alle tegenstribbeling hersenschimmig en onmogelijk ware en ons eerlang niets zou overblijven dan ons lafhartig in het onvermijdelijke te voegen, ons integendeel het fier voorgeslacht indachtig, met dezelfde wakkere nationale overtuiging te sterken en te bemoedigen. — Maai- ik zou meenen, dat bovendien op de Diplomaten, die in zoodanige Landen waar de Dagbladen niet vrij zijn, duur bezoldigd worden onderhouden, de zedelijke pligt rust, om de eer en waardigheid van den Staat tegen onbeschaamde voorstellen van inlijving, aanhechting of verovering in vollen vrede, alsof men onder struik- of zeeroovers leefde, mannelijk te handhaven en aan die schotschriften bijtijds het zwijgen te doen opleggen. Zoo ten minste handelde R. J. Schimmelpenninck in 1799 te Parijs. Of men al te 's Hage aan de Gezanten der vreemde Mogendheden den besten wijn schenkt en aan de Staten-Generaal periodiek de ijdele verzekering geeft, dat onze betrekkingen met het Buitenland niets te wenschen laten, terwijl eene veile of slaafsche ministriële pers ons stelselmatig in den vreemde verkleint, beschimpt en ondermijnt, wij behooren ons niet steeds lijdelijk als een zieke of zelfs zieltogende Leeuw te laten beleedigen in Staten, wier Vorsten zich voorheen beroemden, dat zij in de soldij van het glorierijk Gemeenebest der Nederlanden hadden gestaan. Heeft in het vorig jaar GrootBritannië zich aan geene vertoogen, hoe dringend ook, van bijzondere personen, hetzij uit Zuid-Afrika of van hier, gekreund, maar de inlijving der Trans-Vaal sluw en met geweld doorgezet, men ondervindt thans reeds te Londen de gevolgen van het gepleegd onregt, en de noodzakelijkheid der vermeerdering van krijgsmagt aan de Kaap, om den Kaffers het hoofd te bieden. — Gaan onze Landgenooten aan den uithoek van dat Werelddeel in den nog in dit uur onafhankelijken Oranje-Vrijstaat onbezweken voort, tegen den meer en meer dreigenden en inkruipenden Engelschen invloed, hunne stem te verheffen, onder deze

Sluiten