Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet het minst de kleinzoon van den edelen Gijsbert Karei van Hogendorp'), van onzen Verlosser van 1813, laat men althans hier meer en meer begrijpen en beseffen, dat de geërfde voorouderlijke roem, die in het Duitsche Parlement te Frankfort Ernst Moriz Arndt eene openlijke hulde afperste en Nederlands belagers treffend beschaamde, zorgvuldig als het dierbaarst kleinood moet worden bewaard, 0111 ons binnen en buiten Europa te doen ontzien.

UTRECHT, 24 Jan. 1878.

NEÊRLANDS WAARBORGEN TEGEN BUITENLANDSCH GEWELD.

„Zeg, dat de Hemel eens do boosheid Ook op gekroonde hoofden wreekt,

En dat der Vorsten trouweloosheid In 't eind heur eigen werk verbreekt."

D. J. van Lennep. Lierzang op de Polen, Mei 1794.

Terwijl men te Londen, na het in 1866 en 1870 door flaauwhartige lijdelijkheid onzinnig verbeurd evenwigt der Staten, met de handen in het haar zit en de getergde nationale trots ten laatste niet voor eene vredebreuk zou terugdeinzen, betaamt het ons iets meer te doen dan vadzig en onverschillig, den loop der gebeurtenissen te verbeiden. Het allerminste zal wel zijn, over onzen toestand een oogenblik na te denken en na al de minachting, die zoo dikwijls straffeloos in vreemde bladen en tijdschriften tegen ons wordt uitgestort, ons af te vragen, hoe het best ons aanzien te herstellen, breekt eens de oorlog in het Westen, gelijk thans in het Oosten, uit; geene elkander bliksemsnel afwisselende telegrammen mogen een ernstig en bedachtzaam handelend Volk telkens verrassen en bedwelmen. Men behoort

*) Verg. de in dit Dagblad onlangs uit de Express opgenomen Vertoogeu van Mr. F. Baron van Hogendorp, Advocaat te Bloemfontein.

Sluiten