Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ernstig of schertsend, heusch en minzaam of bestraffend, voorzigtig en behoedzaam in het afwijzen van avontuurlijke en onbekookte plannen, is de toon van zijne brieven of rapporten steeds waardig, eenvoudig en ongedwongen met eerlijke rondborstigheid, den echten Nederlander waardig, gepaard. — De schoone spreuk der van Stirums „Je marche droit" werd ook door Falck betracht, vooral in December 1830 met verzaking van eigen voordeel tegenover Koning Willem I. De stijl der Fransche depêches is los en bevallig en munt door zelden geëvenaarde zuiverheid uit. Wij ontmoeten hier Falck in meer dan één gesprek met Canning en Huskisson, met den Hertog van Wellington, met Talleyrand en Palmerston; wij hooren hem met verwijzing tot de lessen van Adam Smith met de gelijktijdige behandeling van de Korenwetten en van de emancipatie der Katholieken in het Britsch Parlement den draak steken '). Hij schetst den stuggen Sir Robert Inglis, als „un dévote parfaitement honnête et honnêtement obscur" 2).

Had eenige jaren geleden een Minister van den geest van Falck doortrokken aan het hoofd van het Departement van Koloniën gestaan, van den afstand der kust van Guinea ware wel geen sprake geweest. Want toen die Staatsman zich in 1825 te Londen bevond en „nu onlangs— schrijft hij 8) — „een influeerend ambtenaar meer regtstreeks trachtte te betoogen, dat Nederland wel zoude doen met Elmina en de onderhoorige posten te ontruimen, heb ik al lagchende gezegd: dat ook wij deel begeerden te hebben aan het filantropische werk der civilisatie van Afrika".

Eene zeer uitvoerige memorie over de verhouding van het eiland Cura^ao tot de vaste kust van Amerika (22 April 1822), zal ook in onze dagen met vrucht geraadpleegd worden.4) — Fraai en bondig ontwikkelt hij zijn gevoelen, van dat van den Minister van Justitie van Maanen afwijkende, aangaande den

') Bladz. 254 (9 Maart 1827).

s) BI. 278 (1829).

s) BI. 220 (aan Graaf van Iieede).

4) BI. 169—177.

Sluiten