Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1879.

DE HERKIEZING VAN Mr. W. H. DE BEAUFORT. Brieven van en aan J. D. van der Capelien.

Voor kiezers, wien 'sLands welzijn ter harte gaat, is het van jaar tot jaar al moeijelijker geworden, ter algemeene Staatsvergadering een of anderen candidaat af te vaardigen, die bij de vereischte veelzijdige kunde en regtschapenheid, die van zelfstandigheid en onafhankelijkheid — van karakter en van fortuin beide — vereenigende, niemand naar de oogen behoefde te zien, die degelijke Academische studiën volbragt hebbende, in het buitenland zijn blik nog had verruimd, en die in het V aderland teruggekeerd, de zucht tot diepere studie van onze Staatsinstellingen en bronnen van welvaart met ijver had hervat en daarvan doorslaande bewijzen in druk gegeven. — Dit zeldzaam voorregt hadden de kiezers van het Hoofd-District Tiel, toen zij hunne stem op den heer Mr. W. H. de Beaufort uitbragten, die zoo vrij als voorheen van Dam van Isselt, van eiken ministeriëlen invloed, tot de thans nog veel zwaarder taak van Volksvertegenwoordiger was voorbereid en onbelemmerd en onbevangen na grondig onderzoek der voorgedragen ontwerpen van wet, zijne overtuiging zou uitspreken. — Dat een Lid der Kamer door geen lastbrief, gelijk de oude Staten-Generaal vóór 1795 gebonden, die als gemagtigden dan ook de Advocaten en Procureurs der plaatselijke belangen heetten, tegenwoordig naar eed en geweten stemmende, wel eens gevaar loopt zijnen kiezers, u en mij te mishagen, spreekt van zelf, en ook van Dam van Isselt, Luzac, van Nes, de Kempenaer, I. K. van Goltstein, Fockema, en andere edele mannen, sieraden der voormalige Tweede Kamer, vielen nu en dan, hunnen besten vrienden en vereerders tegen. Dit ligt bij den strijd der meeningen, nog ruim zóó fel in onze dagen, in den

Sluiten