Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan. Wat men toenmaals deed met vurige begeerte, zou men later gaarne willen uitwisschen, of, voor 't minst, vergeten.

Een lichte schaduw trok weder over het gelaat van den spreker, doch Olga Wadima werd door het onderwerp van hun gesprek zoo medegesleept, dat zij niets bespeurde.

„Loti beheerscht zijn taal volkomen, vader, misschien is het dat, wat zoo pakt in zijn werk. Met een paar woorden teekent hy een stemming niet alleen, maar een gevoel! Wij lezen vandaag juist o. a. de woorden die Aziadé tot Loti spreekt: 'Je voudrais manger le son de ta voix !* Ik kan mij niet herinneren een eenvoudiger en toch meer intensive liefdesuiting te hebben gelezen, zij moet zijn stem werkelijk als een streeling hebben gevoeld, anders zou zij het niet met deze woorden hebben kunnen zeggen! Ik heb nog nooit iemand ontmoet wiens stem streelde.... Soms komt het mij voor, of uwe stem het doet, als u mij iets heel teeders zegt, en mij dan zoo warm aanziet.... Heeft u een streelende stem vadertje ?"

„Gehad. — /ij hebben mij gezegd, lang geleden, vrouwen tenminste, 'ta voix est une caresse', maar die tijden zijn voorbij. Het leven wil en kan die streeling niet altijd bewaren, dat is het, kind!"

Nu was de maaltijd afgeloopen, het dessert op tafel geplaatst; de bedienden verlieten het vertrek.

Graaf Rostowzeff schonk zich nog een glas sherry in, ledigde het in éénen teug, ontstak een sigarette, en keek door de blauwe rookwolkjes naar Mademoiselle:

„Ik vergat u en ook Olga Wadima mijn excuses over mijn toilet te maken, doch ik voelde mij niet heel wél, en kwam dus, voor vandaag, zóo aan tafel. En nu moet ik u beiden een besluit mededeelen, dat eene plotselinge verandering in ons leven hier zal brengen. Wij vertrekken de volgende week naar Rusland!"

„Wat zegt u papa?" vroeg het jonge meisje op teleurgestelden toon. „Gaan wij nu al weg? We zijn hier pas een maand ongeveer, en er is nog zoo veel te zien ! Staat ons vertrek in verband met den brief?" liet zij er op volgen.

„Maar kindje, je kent mij toch nietwaar, en weet dus, dat ik aan iedere opwelling die ik bevredigen kan, gehoor geef! Ik vind

Sluiten