Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zag haar doordringend en dankbaar aan. Ilct eigen leed over het aanstaand vertrek was geheel op den achtergrond getreden by de gedachte die haar bijna vreemde menschen een genoegen te kunnen doen!

„Mijn liet kind," sprak hij teeder, „je denkt steeds aan anderen, en dat is goed ! Doe zooals je wilt - ik stem in alles toe."

Het jonge meisje zag droomerig naar de oude meubelen rondom haar, naar de hooge vensters die op het Corso uitzagen. Als zij te Rome waren woonden zij steeds in dit oude I'alazzo, zij was er aan gehecht.

Zacht steeg het gedruisch der menigte, die zich onder hun vensters voortbewoog, tot haar op. Het had iets meêsleepends voor haar, het was of die haar onbekende menschen het leven mooi vonden, omdat hun Runie zoo mooi was, zoo grootsch — zoo machtig... De stem van haar vader, wekte haar uit beur gepeins.

„Ik kieeg heden bericht dat Wadiem 'Popasnaja' officieel aanvaard heeft, hij is nu drie-en-twintig jaar, en ... je tante Fenietsjka gaat in een klooster."

Het was gezegd....

.. In een klooster! herhaalde het jonge meisje, weet u waarom ?"

„Vrouwen hebben wel meer zulke eigenaardige opvattingen. Ken vrouwengul, anders niet,' zeide hij met iets van sarcasme in zyn stem, en toen in een gemaakt luchthartigen toon vervallend:

„Maar jij, kindje, mag je niet in een klooster gaan begraven, al waren je godsdienstige begrippen ook minder Protestantsch gezind dan ze het zijn. Wij zullen voor jou een jong, knap echtgenoot zoeken, nietwaar Mademoiselle, een rechtschapen man!" En, plotseling ernstig, liet hij er op volgen: „Jij moet gelukkig worden!"

liet was als klonk zijn stem bevelend, weemoedig en tartend tevens, of hij stille machten om zich voelde, die hij wilde uitdagen, en die hij komen zag, van ver... heel ver...

„Ik hoop het," antwoordde zij nadenkend kalm. Maar op hetoogenblik gevoel ik mij gelukkig, want er is een rustig, vreedzaam, stil geluk in en um mij. Men kan zich geen beter vader dan u, geen trouwer viiendin dan Mademoiselle wenschen; de onderhoorigen toonen my op alleilei wijze, dat zij van mij houden, en door mijn fortuin ben ik in staat niet alleen overal wèl te doen, doch zelfs mijn eigen wenschen te bevredigen. Wat wil men meer?"

Sluiten