Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hü herleefde het verleden, dat hem voor de oogen was getooverd door den brief, en verwonderde zich nu, dat er ook tijden waren, in welke hij niet eraan herinnerd werd, het dan vergeten meende, aldus zich zelf vergat.

Zou het verleden wel iets anders zyn dan een fotografie van ons zeiven, die wij van tijd tot tijd ter hand nemen, om haar aandachtig te beschouwen?

Of was Fenietsjka zoo geheel om en bij hum, altijd, dat hij er geen acht meer op sloeg, tenzy door het reliëf van een gedachte, een handeling? 1 Jij wist het niet. Maar wel zeker wist hij, dat, al had die vrouw thans kloostermuren doen verrijzen tusschen hem en haar, hun gevoelens zouden dezelfde blijven als in vervloden dagen. Eu de rust, die hij vergeefs zocht, evenals zij, zou hij eerst hierboven vinden!

Moedeloos viel hij op een stoel neder, en het gelaat in de handen verbergende, steunde hij.

„O mijn God, mijn God, ware ik anders geweest!"...

Er werd geklopt. Tot het alledaagsche leven teruggeroepen, stond hy op, en opende de deur.

Olga Wadima stond voor hem, in de handen een zilver theeblaadje, waarop het glas thee stond voor Graaf Rostowzeff, met het geurige schijfje citroen. Zij zette een en ander op het kleine tafeltje naast de schrijftafel, en wilde hem, zooals gewoonlijk op dit uur, reeds goedennacht kussen.

Hij echter nam haar geheele gestalte in zich op, en liefkoosde haar met de oogen. Het donkere, fier opgerichte hoofdje, bijkans te klein voor haar slanke, lenige figuur, de blauwe oogen, door lange, zwarte wimpers overschaduwd, het kleine, goedgevormde neusje, en de halfgeopende mond met de krachtig gesneden, gewelfd 100de lippen. En daaronder het kuiltje der kin. De kin der Rostowzeffs.

Ja, zij was mooi, zijn kind, en, wat méér nog zegt, aantrekkelijk. Het geleek, waar zij verscheen, of er een zonnestraal kwam binnen glijden. Een ieder die haar kende, hield van haar, vooral de bedienden. Haar bevel klonk als een verzoek, haar wensch was een gebod. Geheel heur mooie, jonge ziel teekende zich af in hare gelaatstrekken, de beweging harer handen. Ja — zij was mooi en goed, zijn kind.

Sluiten