Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

L'horame pst devant 1'univers comme un spectateur mal placé, 41Ü voit ou entend a peine nn bout de

scène et veut rendie cumpte de toute la pièce.

* * •

Langzaam en voorzichtig schuift de trein het kleine station nu binnen. Graaf Rostowzeff en de zijnen worden door den stationchef, en eenige beambten van 'Nicolskoé' verwelkomd. De koetsier Vasili houdt met moeite den zwarten draver in bedwang, die voor de eerste slede ia gespannen. Hierin plaats zich OJga Wadima met haar vader, die de teugels van den koetsier overneemt.

In de tweede slede, volgt Mademoiselle met den koetsier, en daarachter slingert zich een lange, zwarte stippellijn, met telkens grooter wordende tusschenruimten. Sleden, dragende menschen en bagage, donkere vlekken op den langen blanken weg, gelijkende een in golfgeledingen voortkruipende zwart-witte slang.

Gehuld in bont en met een berenvacht bedekt zit het jonge meisje dicht tegen haar vader aangeleund, zich echter moeite gevend, de hand, die de teugels houdt, niet te belemmeren in het sturen.

„Mndt u goed, vader, dat wij niet spreken?" vraagt zij.

.

Sluiten