Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vóór hy zün landgoed moest verlaten, een kogel door het hoofd.

De nieuwe eigenaar van ,Nicolskoé' was een koopman uit Petersburg, die, schoon in 't bezit van een groot fortuin, niet thuis behoorde in deze oudadellyke pracht. Niemand der omliggende landgoederen zocht verkeer met hem. Toch was hij er gelukkig en vermoedde niet welk onheil hem en de zijnen zou genaken.

De eenige afstammeling der Rostowzeffs, Gregor Bogdanowitsj, had, na den dood zijns vaders, als page dienst genomen bij Keizer Nicolaï. Daar hij, evenals de meeste jonge edellieden van zijn tijd, zich niet met ernstige studie had bezig gehouden, zeker van eenmaal heer op .Nicolskoé' te worden, was hem geen andere keuze overgebleven.

Weldra had hij door zijn innemende, beschaafde manieren en nauwgezet plichtsgevoel, de gunst verworven van den Tsaar, in wiens nabijheid hy meestal mocht vertoeven.

In die dagen leidde de groote heilweg van de residentie naar R ... langs Nicolskoé's hof, en liep, verscheidene versten lang, door het fraaie landgoed. De kleine kerk, die zich onder één dak met het hoofdgebouw bevond, had een klok van schoon maaksel met een zilveren, helder-vibreerenden klank, welke men van zeer ver

reeds kon hooren.

De Tsaar, op reis naar R... komende van de residentie, had den jongen page bevolen, naast hem plaats te nemen in het keizeilijk rijtuig, om hem door zijn onderhoud den langen weg te helpen korten.

Maar het gesprek, dat in den beginne zeer levendig was geweest, verflauwde, alnaarmate men ,Nicolskoé' naderde, waarvan het kerktorentje zichtbaar werd tegen den avondhemel.

En eindelijk bij het huis gekomen, vermocht Gregor Bogdanowitsj geen antwoord meer te geven, doch liet hy het hoofd op de borst zinken.

„Ziek?" vroeg de Tsaar.

„Neen, Uwe Majesteit."

„Wat deert u dan?"

„Niets, dat de hooge belangstelling van Uwe Majesteit gaande zou kunnen maken!"

Sluiten