Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik moet mijn hart luchten, ik kan mijn gevoelens niet meer verkroppen. Die Wadiem Alexandrowitsj, o! hoe haat ik hem! Ik haat dien eigenaar van het prachtige ,Nicolskoé', waar de velden zoo ryk en overvloedig staan, niettegenstaande zijn reizen en trekken. Waar zy'n de bosschen nog zoo onaangeroerd als daar, en levert het meer grooter hoeveelheid visch, waar is mooier jacht, waar is het vee beter dan te ,Nicolskoé'? En nu hij is begonnen met z\jn krankzinnige hervormingsplannen, nu is mijn woede jegens hem nog giooter geworden, vooral na het gebeurde van gisteren! Aan hem heb ik de verachting gedeeltelijk te danken, waarvan ik gisteren het slachtoffer was. Je hadt eens de minachtende blikken der overige heeren moeten zien, waarmede zij mij monsterden, toen ik het verkiezingslokaal betrad. Op straat keken zelfs de boeren my onverschillig, zoo niet vijandig aan. Maar met hem was het anders. Toen hij de zaal binnenkwam, werd hij door allen omringd, en gespannen luisterde een ieder naar zijn woord, als verkondigde hy de grootste waarheden! En ook op straat werd hij door het volk eeibiedig gegroet, de boeren schenen bijna den grond te kussen dien hij betrad. Ik haat hem!

„Sedert onze jeugd heb ik Wadiem Alexandrowitsj niet mogen lijden! Wij hadden te zamen met nog een paar jongens uit den omtiek van denzelfden leermeester les. Met de anderen kon ik het tamelijk goed vinden, echter niet met Wadiem. En 'kzag het maar al te goed, reeds toen, dat zij meer van hem hielden dan van mij! En ook bij den leeraar kreeg h{j een wit voetje, zonder dat hij zich eenige moeite hiervoor behoefde te geven. De andere jongens luisteiden gretig naar de aardige geschiedenissen, die ik hun vertelde. Wadiem Alexandrowitsj, alhoewel geen heilige, nooit! En ik was toen reeds een knappe jongen, en had menig belangrijk verhaal uit den mond der bedienden opgevangen.

„Ik was veel in de stallen, op de velden. Nooit stond hij nty toe zijn werk af te kijken, maar bood mij aan, mij in de vrije uren te helpen! Zoo'n trotsaard!

„Neen, daarvoor dankte ik! Ik hoor nog hoe hij dan tot mij zeide: ,Zooals je wilt, Mitrofan Saweljewitsj, ik wil het anders graag voor je doen!' Uit die dagen dateert mijn wrok en die is met de jaren

Sluiten