Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

losse bedreiging alleen zijn gegrond, zal hij treffen het dier, waarvan wij het meest houden, waarop wij trotsch zijn, ,Foreat King'!"

Zijn stem beefde even, toen hij den naam uitsprak, doch hij vertrouwde, het kind der trouwe ,njanja' te kunnen verbeteren.

Toen Vasili hem verlaten had, iets rustiger omtrent zijn eigen leven gestemd, maar dubbel beangst nu voor de paarden, trad Olga Wadima bij haar vader binnen.

„Zijn de zaken afgehandeld, Papa'tje, heeft u nu een oogenblikje voor uw dochter ?" vroeg zij.

„Ja, je komt als geroepen, ik ben tevreden over allen, en dankbaar voor alles; een zaak echter verontrust mij, het betreft Iwan!"

En nu deelde hij haar in korte trekken mede wat hem verteld was.

„Ik heb nooit van dien jongen gehouden," zeide zij beslist. „Zijn oogen bevallen mij niet. U weet wel, dat ik u vroeger al eens heb gezegd, hoe het mij verwonderde, dat u hem zulk een verantwoordelijke betrekking hebt gegeven."

„Het geschiedde op verzoek van zijn moeder, Olga."

„Ik weet het," antwoordde zij, „omdat zij Wadiem's njanja is geweest. Vindt u dit een reden om zulk een onaangenaam mensch in dienst te hebben?"

„Maar kindje, ik herken je niet. Is dat nu uiting geven aan je gevoelens van algemeene menschenliefde? Je gezichtje staat donker. Is het wel het ,zonnestraaltje,' zooals de onzen je noemen, dat daar spreekt?"

Even glimlachte zij, en legde haar hand vertrouwelijk op zijn arm. „U hebt gelijk, zooals altijd, gelijk," sprak zij, „maar het is soms wel wat moeilijk, altijd getrouw te bly ven aan je meening. Ik heb nu eenmaal zoo sterk het gevoel van sympathieën en antipathieën in mij. Het is goed dat ik het weet! Maar ik zou geruster wezen, indien u hem een andere betrekking hier kondt geven, dan blijft hij toch op Nicolskoé, en u zoudt zijn moeder de ware toedracht der zaak kunnen vertellen. Waarom bent u toch zoo op haar gesteld?"

„Omdat zij zich te allen tijden een brave vrouw betoond heeft!"

„Er zijn zooveel goede vrouwen, wij kunnen hun zonen toch niet allen tot ons roepen ?"

„Neen, kind. Maar, indien iemand nu eens lang, lang geleden

Sluiten