Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mama zong het — en ik dacht aan mama. Zij ook, is ongelukkig, en als ik verdriet zie bij anderen, die mij na zyn, moet ik altijd aan haar denken. En toen je van jouw behoefte aan teederheid en liefde sprak, herleefde ik iets vau mijn moeilijke oogenblikken.

„Ik geloof nog eenzamer te zijn geweest in mijn leven, dan jij, en r.ooals wij vanavond hebben gesproken, deden mama en ik nooit. Ik had diezelfde verlangens, en wilde ze geheel aan mijn moeder geven, doch er was iets tusschen ons, dat het verhinderde^ Myn kindsheid was mooi en zonnig, omdat — Grootmoedertje er was — later werd mijn leven vreemd. En naarmate haar warme liefdesuitingen verflauwden, des te sterker werd mijn verlangen, doch het was alles tevergeefsch. Ik mag mijn moeder niets verwijten, zy had stil verdriet — dat arme moedertje met het jonge gezichtje en de grijze haren.

„Heb je nooit getracht, haar de reden te vragen van haar gedrag jegens jou?"

„Ik durfde niet. Eenige malen deed ik het, er voor zorgende, dat het geschiedde op een oogenblik, dat ik goed gekozen dacht. Maar zoodra ik het gesprek op vertrouwelijker onderwerpen wilde brengen, trok zij zich terug, werd angstig, koud."

„Hoe treurig voor je, dat ge je vader niet hebt gekend!"

„Ja," antwoordde hij ernstig - „voor eenige dingen althans zeer zeker. Maar ik geloof toch dat mijn geheele natuur meer verlangt naar de leiding eener vrouw, dan naar manlijken steun. Ik weet, dat ik eerder in staat zou wezen, mijn geheele binnenste open te leggen, voor een vrouw dan dit aan een man te doen. Of hij zou, zelf man, gevoelen als ik, en dan zou ik de teedere leiding ook niet van hem ontvangen, of wèl, hij zou geheel anders gevoelen, zooals de meeste mijner bekenden, en zou mij dientengevolge niet begrijpen.

„Bij een verstandige, lieve, begaafde vrouw voelen wij mannen iets tot-vertrouwen-uitlokkends; ik zou dit gevoel kunnen vergelijken met het moederlijke, dat wij in ons leven, hoe woelig het moge zijn, toch altijd zoeken, omdat wij er niet buiten kunnen.

„Ik zou gelukkiger zijn geweest, indien ik een zuster had gehad, het zou mij veel ellendige dagen, en later, verachtelijke herinneringen hebben bespaard.

Sluiten