Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als in 't voorbijgaan, vroeg de schrijfster naar Olga Wadima en haar toekomstig verblijf.

Onder aan den brief stonden nog eenige haastig geschreven woorden, en zij, den naam ziende van haar vader, wilde het blad papier teruggeven, doch Wadiem zeide haar, ook dit te lezen.

— Koop de schoonste rouwviolen die je in de naastbijgelegen stad kunt krijgen, en strooi ze over het graf van Wadiem Alexandrowitsj. Geen ruiker, geen krans, slechts losse, donkere bloemen ! Doch het moeten er vele zijn, vele. -

De gedachte, Wadiem te zien vertrekken, teekende groote teleurstelling op het jonge gezichtje, waarop de vlammen kaatsten van het grillig, dansend vuur.

„Er heerscht een vreemde toon in mama's brief" zei de jonge man, en hij zag peinzend tot haar op. „Ik hoor die woorden uitspreken, die daar geschreven staan. Ik herleef den vreemdsoortigen toestand weder, die somtijds tusschen ons ontstond. Dan nam moeder mij tot zich, en als ik haar dan hierover verheugd omhelzen wilde, riep haar stem als angstig beklemd, terwijl er een uitdrukking in' haar oogen kwam, alsof zij iets ontzettends zag:

— „Geen hartstocht, Wadiem! Strijdt vóór alles tegen den hartstocht, die in je is! Denk steeds aan deze woorden mijn zoon!" —

„Nu, op dezelfde wijze spreken mama's woorden tot mij. Waarom? Ik weet het niet!"

„Misschien houdt je moeder niet van mij, ofschoon zij mij niet kent, het zou mij zoo spijten, het ware zulk een warme gedachte, indien jouw moeder mij goedgezind was!" zeide zij.

„Ik ben er vast van overtuigd, dat mama je lief zou hebben, als zij je zag. Zooals trouwens een ieder, die je kent. Doch laten' wij nu ovei je toekomst spreken, want onze tijd is beperkt!"

„Mijn toekomst?" vroeg zij, met moe schouderophalen.

„Ja' in betrekking tot ,Nicolskoé', tot mij!" vervolgde hij op zichten toon.

„Er bestaat iets, dat ons vooralsnog moet binden: ,Nicolskoé'

„Mijn lief, oud landgoed!" riep zij, zich aan haar gedachten overgevend. „En dan — ,Sergejewka'!" — Zij huiverde.

„Niet denken", zeide hij vast. „Neem niet het leed, dat in de

Sluiten