Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van raenschen, nauwelijks eenige oogenblikken van alleen-zijn zullen hebben.

„En dan — is alles anders. Anders dan nu. Hetgeen eenmaal was — keert niet terug! In de dagen die wij nu tezamen doorbrachten, waren onze belangen dezelfden. Wij bespraken de tot ons komende gebeurtenissen, en zagen ze met denzelfden blik, daar wij er samen in deelden. In de dagen, die nu komen, zal ieder onzer leven zijn eigen leven, menschen en dingen zien, waaraan een onzer vreemd is. Voel je het verschil ?"

„Wij kunnen elkander schrijven," troostte hij. „Jij hebt meer tyd dan ik, je moet mij dus niet beschuldigen van onhartelijkheid, indien mijn brieven korter zijn en met grootere tusschenpoozen komen. Ik verander niet. Wat in mij is — blijft bestaan! En je zult dapper zijn, nietwaar? Ik weet dat je het kunt, want je bent goed!"

Er bruiste iets in haar op. Het scheen alsof zich een stem in haar binnenste verhief: „eerlijk zijn, jegens onszelf . . . ." Naar deze stem had zij al die jaren geluisterd, en deze ook was het geweest, die haar onbarmhartig tegen haar vader had doen spreken.

„Neen!" zeide zij met nadruk en zag hem recht in de oogen. „Neen, ik ben niet goed, en ik wil niet, dat je mij gaat verlaten met een ongeschokt geloof in mij ! En de matte droefheid, die je aan mij ziet, is evenmin een mij laten verschrikken door de toekomst. Er is meer — veel meer .... Dat juist is het vreeselijke — dat ik mijzelf slecht voel worden."

„Bedoel je hiermede, dat ge je eigen mooie ,zelf gaat verliezen?" vroeg hij ademloos.

„Ja. In de laatste dagen voel ik mij slecht worden, vooral na de jacht.

„Laat mij uitspreken!" vervolgde zij, toen hij iets in het midden wilde brengen. „Je zult mij zien zooals ik thans ben ! Vergeet niet dat de oude Olga Wadima niet meer is — sinds dien tijd ....

„Toen ik Michaël's onvoorzichtige handelwijze opmerkte, en ik iedereen naar de noodlottige plek zag snellen — toen flitste de gedachte door mijn brein, dat ik niet bedroefd zou zijn geweest, indien hem een ongeluk ware overkomen. En ik tuurde steeds op het gepij-

Sluiten