Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•262

Zy moest nog verder gaan, dien dag, en zij had dorst, dus zette zy den beker aan de lippen, en nam een lange teug.

„Het prikt zoo, Barien!" riep zij verwonderd.

„Ja nietwaar?" vroeg hij onnoozel. „Zij doet er zooveel suiker in, die Tania, veel te veel naar mijn smaak, maar zy wil naar geen aanmerkingen luisteren! De limonade kan ook wel een beetje gegist zijn, ik drink zelden zulk zoetachtig geknoei, en ze stond reeds lang in de kast. Kom drink nog eens, je zult wel aan den smaak wennen, je moet meer nemen, dan proef je het niet zoo, drink eens zooals ik het je vóór zal doen!

En hij ledigde het overgeblevene van zijn glazen beker.

Zij was jong. Zy was onervaren en op ,Nicolskoë' niet met slechte menschen in aanraking gekomen. En hoe onaangenaam haar ook het gelaat van Michaël Sawadsky mocht toeschynen, hij was immers de verloofde van haar veelgeliefde meesteres, dat hij dus laag en slecht kon wezen, vermoedde zij niet. Want zelfs Boris sprak niet met de jongere bedienden over de heeren deinabijgelegen landgoederen.

Toen dronk ook zy weder, zijn voorbeeld volgend.

„Smaakt het je nu iets beter?" vroeg Sawadsky. „Vervelend toch dat Iwan zoo lang weg blijft!"

Zij gevoelde iets van een geruststellende onverschilligheid over zich komen. Het was misschien beter, dat de staljongen nog maar niet verscheen, in dit oogenblik, nu zij zulk een vreemde loomheid bêgon te gevoelen in de beenen, en haar wangen gloeiend werden.

Michaël nam een nieuwsblad op, en hield het voor zijn gelaat. Zij merkte niet, dat hij haar bespiedde van ter zijde, en met groote nauwgezetheid de uitwerking gade sloeg van de zoete, sterke liqueur.

Hij had dien morgen reeds gedronken, en ofschoon dit glas hem driester had gemaakt, bemerkte hij wel, dat zij nog niet willenloos genoeg was, nu.

Hij vulde wederom haar glas, doch ziende, dat zij bedankte, zeide hij, zich vergist te hebben, meenende dat het voor hemzelf was, dat hy inschonk. Nu zij het toch vóór zich had staan, zou het jammer wezen, indien zij er geen gebruik van maakte.

„Prikt het nog zoo ?" vroeg Michaël op onverschilligen toon.

Sluiten