Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de mooie, jonge Kathienka zou hebben hooren spreken. Maar, wat zou de Barisjna van haar denken, die op haar wachtte — en van wie zy hield?" —

Nu knettert het petroleumlampje. De roode papieren aster met een kromgebogen speld aan het glas bevestigd, hindert haar. Ook het vocht, dat zij dronk dien dag, was rood geweest.

Reeds heeft hare hand de bloem gevat, om haar van zich af te slingeren en te vertrappen, dan herinnert zij zich, dat haar meesteres die gaf, op een mooien zomeravond, omdat zij, Kathienka, zooveel van de roode kleur hield. En zij sluit de oogen om het ding niet meer te zien.

Hoe moet zij handelen ? Niets aan Olga Wadima zeggen, haar geen verdriet aandoen. Indien het noodig wordt, zal zy bedenken wat haar te doen staat. Zij weet, dat zij geen verwyten, doch liefderijke woorden zou hooren, zij kent Olga Wadima, en weet hoeveel plaats er in haar hart is voor ongelukkige schepseltjes, als zij. Doch de man die haar dit heeft aangedaan is haar verloofde! Verloofde! Nu denkt zij aan hem, Vincent, die op haar wacht, en haar vertrouwt... Ook hem zal zy moeten vaarwel zeggen, hij kent haar als reine, niet als gevallene vrouw. Wat zal er van haar worden?

„Slapen, eerst slapen, morgenochtend wacht mijn werk, en ik moet Olga Wadima het antwoord brengen."

Dan ontkleedt zij zich haastig, en door moeheid overmand, slaapt zij in, terwijl tusschen de wimpers twee tranen beven.

Nu daalt de morgenschemering, het wekkerklokje waarschuwt Kathienka, dat het haar tyd is, en de jonge gravin haar wachten zal, na het ontbijt.

Zij gevoelt een nooit tevoren gekende loomheid en stekende pijnen in het achterhoofd, en het schijnt haar toe, dat alle ledematen gekneusd z«n, maar zij weet toch dat het is de breuk van haar jong, onbedorven zijn ...

En, nadat zij zich met bijzondere zorg heeft gekleed, en haar kamer in orde heeft gebracht, opent zij de deur, en treedt schuw in de gang.

Indien z\j maar niemand behoefde te zien, van morgen!

Sluiten