Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar nu ontmoet haar zoekend oog den blik van den ouden Boris, die zich op de lippen bijt, en zy ziet eveneens Kathienka's somberen oogopslag.

Velen der anderen, hoewel niets wetende van het lot dat haar beschoren is, staan, in een stille, ongekende ontroering, om haar heen.

Er ligt zulk een algeheele, moede verlatenheid over het wezen van het jonge meisje uitgespreid, dat zy voor hen, schoon in rang en rykdom hoog boven allen, toch armer dan een hunner schijnt.

De woorden van het laatst gebed hebben geklonken, en Olga Wadima heeft die in zich opgenomen als in droom.

En zy weet niet of men van haar zelve en haar daden heeft gesproken, of van een ander. Zij zit daar, temidden van velen en voelt zich eenzaam....

Doch zij ryst op en deelt veelvuldig de geschenken uit. Haar handen worden gegrepen en herhaalde malen gekust, zij laat met haar geschieden, kan niets en niemand meer met zekerheid onderscheiden, maar Boris' en Kathienka's vingeren omklemt zij heel even met veelzeggenden druk!

Nu zijn de blyde uitroepen verstomd en heeft ook het voetengeschuifel opgehouden. Wasdruppelen, als groote, verstijfde tranen, kleven aan de kaarsen, en het licht knettert en danst nog na in luchtbeving.

Mademoiselle nadert haar. „Kind, nu kunt ge weenen en moogt ge je zelve zyn!"

En met een lang ingehouden snik, barst zij in tranen uit.

„Wadiem," zegt jy plotseling, „hij zal aan mij denken in dit uur. Ook hij is, als ik, temidden van velen, kerstgaven uitdeelend en ongelukkig . . . ."

Boven op haar kamer gekomen schenkt zij Kathienka twee platen. De eene stelt den Goeden Herder met zijn kudde voor, en sprekende: ,Laat de kinderkens tot mij komen.' De tweede plaat vertoont Jezus Christus bij de bron, aan zijn voeten, de gevallen vrouw, tot wie hij zegt: ,Gaat dan henen en zondig niet meer.'

„Ik zal trachten", denkt zij, nu zij weder alleen is, „niet door gedachten, woorden noch daden te zondigen — mijn God leer mij vergeten — Wadiem . . . ."

En nu ziet zij naar buiten.

Sluiten