Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXXVI.

Een vriend, die in droeve dagen bij ons blijft, is uls een licht in den naelit. liet dwingt ons, de voorwerpen om ons heen te zien. en te weten, d:«t er nog een wereld is. en dat wij niet in de een* zoamheid begraven worden.

Op oudejaarsavond ontving Wadiem, die te ,Popasnaja', in zijn studeerkamer, over een boek gebogen zat, turende zonder te lezen, het volgend schrijven.

,Nicolskoé'.

Wadiem!

Moge het komend jaar, u geluk en vrede brengen, en u al datgene schenken, dat ik u toewenschen moet, daar ge het zoo ten volle verdient! Het is mij, als waren wij nu tezamen in mijn kanier, gezeten bij het knetterend vuur. En nu wil ik, ofschoon wij ver van elkander verwijderd zijn, met je spreken, en je nog eenmaal danken, danken voor alles watje

Sluiten