Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergezellen u naar ,Sergejewka', en laten er u even tyd, om afscheid te nemen van Mitrofan Saweljewitsj. Nog vanavond reizen wij naar Petersburg, waar ik myn invloed zal doen gelden, opdat de noodige papieren spoedig in ons bezit komen. Dan geleiden wij u naar een der zeehavens, en wachten tot een schip u ergens heen kan medevoeren.

„Gij zult zweren, hier nimmer meer oen voet te zetten, en ook niemand uit dezen omtrek ooit eenig leed te doen, door u-zelf of door een ander.

„Hebt gij alles goed begrepen? Kies nu: ballingschap, vrijwillig of gedwongen".

Michaël steunt, zijn handen trekken zich tot vuisten saam. Nog een uitweg zoekt hy:

„Ik heb geen geld, mijn vader óok niet. Ik kan dus ..."

„Wij zullen voor reisgeld zorgen. — Hebt gij gekozen?"

En dof klinkt het antwoord van den schuldige: „Ik zal gehoorzamen." Maar buiten gekomen, ziet hij den, jongen Rostowzeff staan, en zyn haat eensklaps voelende opvlammen, bijt hij dien toe: „Je zult haar niet hebben, de mooie Olga Wadima, want zij is . . Den zin kan hy niet voleinden, door rumoer van stemmen: „Zwijg!" — „Schelm I" — „Weg met hem!"

En schielijk vastgegrepen, dringen zijn getuigen den man vooruit, naar het rijtuig, dat hem, eerloos, terugbrengt tot zyn — medeplichtige.

Vervuld van weemoed is Wadiem den weg naar ,Nicolskoé' opgegaan. In de verte by het huis ontwaart hij de tengere figuur van een jong meisje, dat haastig nader komt.

En als zy, dichtbij, zich overtuigd heeft: ongekwetst, schalt een juichtoon door de frissche morgenlucht: „Wadiem ! Wadiem!" Haar ziel is het, die roept.

„Olga ! klinkt mat erop terug. Het is zijn verstand, dat spreekt.

ir

[sSl ityfi

V- 'J

Sluiten