Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En, indien zijn vriend hem ter zyde wilde staan, zou hij wederom een zegepraal mogen beleven, maar ditmaal zou een arm, geplaagd menschenkind er het slachtoffer van zyn.

Tegen den avond riep hij, zooals gewoonlijk, Iwan in zijn kamer.

„Ga zitten, mijn jongen," sprak hij op gemoedelyken toon, en nam tegenover hem plaats.

Toen de wodki op tafel stond en de sigaretten ontstoken waren, zeide hij welwillend: „Je bevalt mij."

De knecht boog. In het begin hunner samenkomsten was hij dienaar alléén, en Sawadsky de meester. Later, wanneer de alcohol de zinnen verwarde, werd het verschil in stand door zijn kracht opgeheven, dan waren zij vrienden.

„En daarom," vervolgde Mitrofan, „heb ik gedacht je tebeloonen, meesterlijk te beloonen, volgens mijn gewoonte."

Iwan nam in stilte aan, dat, aangezien hij nooit hieromtrent iets ondervonden had, de giften door zijn meester met milde hand in het geheim geschonken werden!

Zyn oogen begonnen dan ook onwillekeurig te fonkelen.

„Zacht wat!" maande zijn heer, „niet zoo vroolijk kijken vóór je alles weet. Daar waar ik vorstelijk beloon, wil ik eveneens vorstelijk worden gediend!"

Iwan, begrijpend dat hij deze gelegenheid niet voorbij moest laten gaan, zonder er eenig voordeel uit te trekken, vroeg onderdanig, of hij den Barien dan niet trouw gediend had, al dien tijd'? En hij beloofde nog meer te werken en voor zijn heer te doen, mits hij er geld mee verdienen kon.

„Dat zul je ook, dat is niet zoo'n kunst. Jij ontvangt het van mij, terwijl ik mij tevreden zal stellen met op een andere wijze betaald te worden! Ik heb sedert jaren een rekening staan met iemand hier uit den omtrek. Ten deele ontving ik wat ik verlangde, maar er staat nog meer geboekt! Dien laatsten post nu wil ik vereffenen, en jij moet er my meê helpen! Kan ik je vertrouwen?"

„Ja Heer. Ik zal zweren. Er is mij niet veel van mijn moeder's geloof oveigebleven, maar voor een meineed ben ik toch bang!"

„Goed, uitstekend", knikte Sawadsky genoegelijk. „Luister nu goed naar hetgeen ik ga zeggen: Ken je Satan?"

Sluiten