Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XLIV.

II est des coups rjn'on s'étonnc soi-mêmc avoir pu supporter.

Langen tyd is het droog geweest.

Veel reeds heeft de zon doen verkwijnen en dorren, maar er is ook veel overgebleven dat nog bereid ligt, om door geheele verschroeiing vernietigd te kunnen worden . . .

En een luwe wind komt van Zuid naar West, van West naar Zuid, maar er valt geen regen. Hoofdschuddend zien de boeren op het bleeke graan, in de kerken wordt om regen gebeden, doch er komt geen verandering. De moedeloosheid is algemeen; als geslagen rekken de boeren zich de ledematen, en spannen lusteloos de paarden voor de in zonnegloed blakende wagens.

Doch de druppelen kwamen niet om de aarde te lesschen.

Er is lang gewacht.

Ook Mitrofan Saweljewitsj heeft lang gewacht. Maar hij heeft niet gesmeekt om regen, hij heeft gedorst naar vuur ....

„Het brandt te ,Nicolskoé'!" roepen de boeren in wilde vaart het erf opstuivend,

Sluiten