Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derden, en zij haar doel naderbij kwam, overviel haar meer en

meer een gevoel van moedeloosheid, dat zU niet van zich af kon

schudden, en waarover zij geen zelfbedwang vermocht uit te oefenen.

J^ngzaam, heel langzaam begon liet bewustzijn zich een we» te

banen, en toonde dit haar alles wat zij verloren had. En zij z=on.'

het hed van haar smart voor den Almachtige, doch vond geen rust.

Want zij was met zoo wanhopig, zoo moede, omdat zij geld en

goed verloren had, doch omdat zy wist, niet meer te zijn zooals vroeger.

Weg was nu haar levensdoel, verdwenen het middel, dat haar zou hebben kunnen aansporen tot dapper voortgaan. Hare eigen vei liezen maakten het onmogelijk te zorgen voor anderen, en de kracht om slechts troost en geestelijke hulp te brengen, had zij verloren door de schokken waaraan zij in de laatste maanden had blootgestaan. En zij dacht, dat zij nu overbodig werd, want het e van haar leven bestond immers niet meer .... Zij had niets meer om weg te schenken, zelfs geen hart, dat zoo moe was en zoc verlaten

De dagen spoedden voort. Gebeden zond zij niet meer op tot God, het bijbeltje harer moeder werd niet meer opgeslagen, een doffe wanhoop begon zich van haar meester te maken - en dit was haar stomme aanklacht jegens God - dat Hij haar had ontnomen haar levensdoel ....

Op Sergejewka heerscht volslagen rust. Het handje vol boeren en edienden zijn dezen dag naar de naburige stad gereden, alwaar de groote jaarhjksche markt wordt gehouden, en zij zullen eerst den daarop volgenden dag huiswaarts keeren. Ook Sawadsky's oude huishoudster, de eenige bediende, buiten Iwan den staljongen, heefc verlof gevraagd om te mogen gaan, zoodat Mitrofan Saweljewitsj zich alleen in zijn studeervertrek bevindt. Hij houdt een stompje sigaar usschen de nederhangende, dikke lippen, en neemt van tijd tot tijd een teug van de wodki, die vóór hem staat, want hij wacht op Iwan om met hem te spelen en te drinken. En nu het uur van zijn komst reeds lang is verstreken wordt hij ongeduldig. - „Zou die jongen nu toch naar stad gegaan zijn, ofschoon ik hem had gelast thuis

Sluiten