Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan

het Hoofdbestuur van het Nederlandsch Onderwijzers-Genootschap.

TER INLEIDING.

Wij hebben de eer, ingevolge de opdracht, welke onze commissie ontving, U hierbij aan te bieden een proeve van ontwerp van Wet op het Lager Onderwijs, welke bedoelt uitwerking van het beginsel „Onderwijs-Rijkszaak."

Daar in onze commissie waren vertegenwoordigd de twee hoofdrichtingen van het Lager Onderwijs hier te lande: Openbaar en Bijzonder Onderwijs, is deze proeve te beschouwen als een vrucht van gemeenschappelijk overleg, welke alleen tot stand kan komen door van weerskanten concessien te doen.

Gelijk U zal blijken, heeft slechts hier en daar een minderheid van de commissie gebruik gemaakt van haar recht, om van haar afwijkende meeningen afzonderlijk melding te maken.

Het is ons een oorzaak van blijdschap, te kunnen constateeren, dat dit slechts zelden noodzakelijk bleek. Het is de commissie gelukt, zij het ook na langdurige beraadslagingen, op alle hoofdpunten tot werkelijke eenstemmigheid te geraken.

Ken enkel woord over onze methode van werken mag hier niet ontbreken.

We hebben gemeend, allereerst aan een der voorstanders van het Bijzonder Onderwijs in onze commissie te moeten verzoeken, een rapport te ontwerpen, waarin van het standpunt van het Bijzonder Onderwijs werd aangetoond, hoe het Lager Onderwijs in zijn geheelen omvang „Rijkszaak" zou kunnen worden , zonder dat het levensbeginsel van het Bijzonder Onderwijs: „de vrijheid", te zeer in 't gedrang zou komen. Eerst daarna kon blijken , of samenwerking in onze commissie tusschen de beide hoofdrichtingen mogelijk was. Toen die mogelijkheid voldoende was vastgesteld en onze commissie zich in hoofdzaak met dat Rapport had vereenigd , konden wij denken aan verdere afwerking van onze taak.

Voor de verschillende onderdeelen van het vraagstuk werden sub commissien uit ons midden aangewezen, die in opdracht kregen, uitvoerige rapporten daaromtrent te ontwerpen. Deze rapporten werden verder in onze verschillende

Sluiten