Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergunning hebben verkregen tot het geven van zoodanig onderwijs.

Vrijgesteld van het bezit van een der bewijzen van bekwaamheid bij het voorgaande artikel bedoeld is hij, die voor het vak of de vakken, waarin hij onderwijs geeft, bevoegd is ingevolge het Koninklijk besluit van 2 Augustus 1815, no. 14, de wet van 28 April 1876 (Staatsblad no. 102), of de wet van 2 Mei 1863 (Staatsblad no. 50).

Art. 8. Jongelieden van beiderlei kunne mogen in de school als kweekeling worden toegelaten en aldaar behulpzaam zijn , mits zij:

a. hun vijftiende jaar ingetreden zijn en hun negentiende niet volbracht hebben, of de akte, bedoeld in art. 56 onder a, bezitten ;

b. tot geene werkzaamheden in de school gebezigd worden dan de zoodanige, welke zij onder het toezicht en de leiding van een in hetzelfde schoolvertrek aanwezigen bevoegde verrichten, en

c. na drie maanden als kweekeling geplaatst te zijn geweest, in het bezit zijn van een door den arrondissemcnts-schoolopziener schriftelijk goedgekeurd bewijs, niet ouder dan een jaar en afgegeven en onderteekend door het hoofd der school, waarin zij tijdens de afgifte waren toegelaten, dat hun zedelijk gedrag en hunne vorderingen voldoende zijn.

Ingeval de arrondissements-schoolopziener zijne goedkeuring weigert, kan het hoofd der school binnen veertien dagen na de weigering de beslissing van den districts-schoolopziener inroepen. Deze beslist binnen eene maand.

Het hoofd der school geeft van de toelating van een kweekeling in zijne school minstens drie dagen te voren schriftelijk kennis aan den arrondissements-schoolopziener.

Art. 8. Jongelieden van beiderlei kunne mogen met goedkeuring van den schoolopziener in de school als kweekeling worden toegelaten en aldaar behulpzaam zijn , mits zij:

a. hun zestiende jaar ingetreden zijn en hun twintigste niet volbracht hebben ();

b. onveranderd.

c. na drie maanden als kweekeling geplaatst te zijn geweest, in het bezit zijn van een door den schoolopziener schriftelijk goedgekeurd bewijs, niet ouder dan een jaar en afgegeven en ondertcekend door het hoofd der school, waarin zij tijdens de afgifte waren toegelaten, dat hun zedelijk gedrag en hunne vorderingen voldoende zijn.

Ingeval de schoolopziener deze goedkeuring weigert, kan het hoofd der school binnen veertien dagen na de weigering de beslissing van den dis tricts onderwijsraad inroepen. Deze beslist binnen eene maand.

Lid 3 vervalt.

Sluiten