Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mede voor aanspraak op pensioen.

In de aan onderwijzers, geen hoofden van scholen, te verleenen wachtgelden wordt door de gemeente de helft aan het Rijk vergoed.

Art. 40. Het pensioen beloopt voor elk jaar dienst een zestigste deel van de jaarwedde, die over de laatste twaalf maanden, aan het ontslag voorafgaan, tot grondslag gediend heelt voor de bepaling der bijdrage , in het volgend artikel vermeld , doch mag nimmer het twee derde gedeelte dier jaarwedde te boven gaan.

Art. 41. Als bijdrage voor pensioen wordt door de onderwijzers j jaarlijks betaald twee ten honderd van de jaarwedde aan hunne betrekking verbonden.

De jaarwedde wordt berekend met inbegrip van hetgeen de onderwijzer, aan het hoofd eener school geplaatst, op grond van artikel 26, vijfde lid, dezer wet geniet. Het bedrag dezer inkomsten wordt door Gedeputeerde Staten bepaald. De jaarwedde der mannelijke onderwijzers, bedoeld in het zevende lid van artikel 26, wordt berekend met inbegrip van de in die wetsbepaling vermelde tegemoetkoming.

De bijdrage komt ten voordeele van het Rijk en wordt door de zorg der gemeentebesturen geïnd en aan 's Rijks schatkist verantwoord.

Art. 42. De bepalingen van de artt. 8, 9 derde lid, 12 derde lid, 18 tot en met 31 der wet betreffende de burgerlijke pensioenen , zijn op de pensioenen der onderwijzers van toepassing.

Art. 4ibis. De artt. 6, 26, 27, litt. a, en 35—42 gelden niet voor de onderwijzers aan openbare scholen, uitsluitend belast met het onderwijs in een of meer der vakken, vermeld in art. 2 onder h, i, k, g, r,r, bis en t.

Art. 40 onveranderd.

Art. 41 gewijzigd in overeenstemming met de Weduwenwet 1890, art. 17):

Als bijdrage voor pensioen wordt op de jaarwedden des onderwijzers eene doorloopende korting van twee ten honderd ingehouden.

De jaarwedde wordt berekend met inbegrip van hetgeen de onderwijzer, aan het hoofd eener school geplaatst, op grond van artikel 26, vijftle lid, dezer wet geniet. Het bedrag dezer inkomsten wordt door Ons bepaald. De jaarwedde der mannelijke onderwhzers, bedoeld in het zevende lid van artikel 26, wordt berekend met inbegrip van de in die wetsbepaling vermelde tegemoetkoming.

De bijdrage komt ten voordeele van het Rijk ()

Art. 42bis. De artt. 6, 26, 27, litt. a, 35 en 36 gelden niet voor de onderwijzers aan openbare scholen, uitsluitend belast met het onderwijs , in een of meer der vakken, vermeld | in art. 2 onder /i, i, k,g, r, r, bis en t.

Sluiten