Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minder leerlingen, driehonderd tien gulden voor één onderwijzer;

voor scholen van een en negentig tot en met eenhonderd negen en negentig leerlingen, driehonderd tien gulden per onderwijzer voor ten hoogste twee onderwijzers;

voor scholen van tweehonderd en meer leerlingen, driehonderd tien gulden per onderwijzer voor ten hoogste drie onderwijzers;

d. voor elk der mannelijke sub b en c bedoelde onderwijzers, mits zij gehuwd zijn en den leeftijd van acht en twintig jaren bereikt hebben, vijf en twintig gulden.

Indien een onderwijzer in den loop van het jaar wordt in dienst gesteld, ten gevolge van ontslag de school verlaat of overlijdt, wordt de bijdrage berekend naar den maatstaf sub a, b, c en d vermeld in evenredigheid van het aantal volle maanden dat hij in dat jaar aan de school verbonden is geweest;

20. vijf en twintig ten honderd van de kosten wegens het stichten, verbouwen of aankoopen van schoollokalen voor zoo ver die niet komen ten laste van anderen of op andere wijze worden gevonden. Wordt voor het stichten van schoollokalen grond gebruikt, die eigendom der gemeente is, dan wordt de waarde van dien grond door drie deskundigen op kosten van de gemeente bepaald. Van die waarde wordt vijf en twintig ten honderd uitgekeerd, waarop aanspraak wordt verkregen in het jaar, waarin de schoollokalen voltooid worden opgeleverd.

Voor de sub i". vermelde bijdrage komen niet in aanmerking de scholen , waarvan de opbrengst der schoolgelden eene inkomst oplevert van gemiddeld tachtig gulden of meer per leerling en per jaar.

Voor de berekening daarvan dient tot grondslag het aantal leerlingen

Sluiten