Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eerste drie jaren na hun examen staan zij ter beschikking der regeering, inzooverre ze elke plaats als onderwijzer moeten innemen, die de regeering van hun district hun toewijst (M. A. 17 Aug. 1872). Echter staat een latere M. A. (o.a. van 8 Febr. 1873) hun toe, deze binnen drie jaren met een andere plaats te verwisselen.

Ook in de benoeming heeft de regeering groote rechten. In scholen, die in dezen patronaten hebben, behoorende aan een heerlijkheid, een schoolgemeente, een burgerlijke gemeente of een privaatpersoon, benoemt de regeering op presentatie van deze. Voor plaatsen onder koninklijk patronaat worden in een afzonderlijke aanstelling de ambtsplichten saamgevat door den plaatselijken schoolopziener, voor de overige door den patroon zelf (persoon of college). In het laatste geval moet ze aan de regeering worden aangeboden tot onderzoek en bevestiging. Dit onderzoek heeft voornamelijk ten doel te zien of aan een onderwijzer in zulk een aanstelling geen rechten zijn onthouden, die hem volgens algemeene wettelijke bepalingen of bijzondere verhoudingen toekomen of wel hem rechten zijn toegestaan, die daarmee strijden en of hem geen niet-passende verplichtingen zijn opgelegd of andere met stilzwijgen gepasseerd.

Al naardat dit onderzoek uitvalt, wordt de aanstelling onmiddellijk of eerst na verbetering bekrachtigd. Voor het recht van presentatie en voordrachten gelden verschillende regelen. In een groot gedeelte van West-Pruisen en Posen zijn de rechten der lagere antoriteiten, wellicht in verband met de Poolsche beweging, nog meer beperkt. De wet van 15 Juli 1886, die uitsluitend geldt voor die provincie, luidt:

§ 1. De aanstelling van onderwijzers aan openbare volksscholen geschiedt door den staat met dit voorbehoud, dat voor de aanstelling:

1. in steden de magistraat en de schooldeputatie of, indien het onderhoud wordt gedragen door een schoolgemeente, het bestuur dier schoolgemeente.

'2. op het land bij gemeentescholen het gemeentebestuur en bij vereenigingsscholen het schoolbestuur moet worden gehoord, of er tegenwerpingen tegen den persoon des aanvankelijk aangewezenen te maken zijn. Daarop beslist de minister.

^ 2. De bepalingen van § 1 hebben op verzoek (auf Antrag) der gemeentebesturen geen betrekking op stadsdistricten en op de landsdistricten Duitsch-Krone, Mariënburg, Rosenberg en Elbing, alsmede op de steden in West Pruisen, die meer dan 10000 inwoners tellen.

Ook in zake salaris der onderwijzers staat men tegenover een complex van historische verhoudingen. Daarom is de onderwijzer ook verplicht (M. A. 11 Dec. 1863) van zijne inkomsten, vooral van de afwisselende, een nauwkeurige lijst te houden, opdat, indien autoriteiten dit eischen, het inkomen der plaats met zekerheid kan worden opgemaakt. Maar ook in dezen heeft de overheid overal het toezicht en is zij in laatster instantie borg voor de stoffelijke verzorging van den onderwijzer, voor een vast, met het oog op de plaatselijke omstandigheden berekend inkomen, dat hem „voldoend onderhoud" biedt. (Grondwetsoorkonde van 31 Jan. 1850, enz.)

Het Oberverwaltungsgericht besliste (5 April 1878), dat de bepaling van hetgeen voor levensonderhoud noodig is, moeilijk wettelijk is te regelen, reeds omdat de maatstaf daarvoor aan gestadige wisseling onderhevig is. Maar naar verschillende besluiten (o. a. Regeeringsinstructie van 23 Oct. 1817) hebben de regeeiirgen het recht tegenover degenen, die tot onderhoud verplicht zijn, te bepalen, wat en hoeveel tot onderhoud van de school en haar onderwijzers mag gevorderd worden.

. De regeering heeft dus het recht de bepalingen over salaris in de benoemingsbrieven te veranderen (M. A. 5 Nov. 1873). In verband daarmee hebben Hannover en Nassau ook maxima, waaraan de autoriteiten weder gebonden zijn. Waar ten slotte de krachten, die tot onderhoud verplicht zijn, niet toereikend zijn, moet de regeering op haar eigen begrooting een subsidie voorstellen uit de algemeene rijkskas, met opgave der financiëele verhoudingen der gesteunden.

Alvorens de definitieve salarisregeling van 3 Mrt. 1897 te geven is het goed eenige

Sluiten