Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Burgerlijke gemeenten en schoolgemeenten.

Tot juist verstand van het Duitsche schoolwezen is ten slotte een juist inzicht noodig in de verhouding van burgerlijke en schoolgemeente. Dat de laatste volstrekt niet beantwoordt aan onze vrije schoolverenigingen, is reeds duidelijk geworden ').

Aan de schoolgemeente ligt ten grondslag de idee, dat ieder persoonlijk de schoolkosten zijner kinderen moet dragen en — deze gedachte ruimer toegepast — van die zijner geestverwanten.

Bij het overbrengen van de lasten op de politieke gemeente vervalt dit persoonlijke

voor het algemeen burgerlijke. Daarbij kunnen forensen, resp. naamlooze vennootschappen

enz. mede worden getroffen om de kosten te helpen bijdragen, hetgeen tot financiëele verlichting dient der eigenlijke belanghebbenden. Op allerlei wijze komen deze twee gedachten gemengd voor.

Er zijn plaatsen met louter burgerlijk-gemeentelijke scholen, maar ook andere, waaide burgerlijke gemeente een groot deel van de kosten der schoolgemeenten dekt of ook wel het tekort. Echter mag hierin niet willekeurig worden gehandeld. Verschillende konfessioneele schoolvereenigingen moeten door de burgerlijke gemeente gelijkmatig worden gesteund (M. B. 8 Febr, 1881), voorzoover niet gansch bijzondere redenen van humaniteit of historische verplichtingen aan de begunstiging van een zekere klasse van inwoners ten grondslag liggen (M. B. 28 Juli 1801).

Wanneer in een gemeente gemeentelijke scholen bestaan ten behoeve der eene konfessie, voor de andere echter scholen van schoolvereenigingen, dan hebben laatstgenoemde geen aanspraak in rechten op ondersteuning van de zijde der gemeente. Het beginsel van gelijkheid leidt er in zulk geval veeleer heen, dat de burgerlijke gemeente ook voor de andere konfessie een konfessioneele gemeenteschool opricht.

De burgerlijke gemeenten zijn dus met toestemming van het gemeentelijk schooltoezicht bevoegd, de schoolgemeente van hare uitgaven te ontlasten en deze in gemeentelijke belastingen te veranderen, (o. a. M. B. 10 Oct. 1883). In plaats echter van zulk een school geheel in het gemeentelijke schoolorganisme op te nemen, kan de burgerlijke gemeente ook aan de schoolgemeente een subsidie toestaan en daarbij geen of slechts geringen invloed op de scholen voor zich eischen. Zulk een regeling hangt geheel af van de vrije overeenkomst tusschen de gemeente en de vertegenwoordigers der schoolgemeente. (M. B. van 15 Febr. 1878 en 3! Dec. 187'J).

Deze overeenkomsten en besluiten behoeven de goedkeuring van de autoriteiten van staats- en gemeentelijk schooltoezicht (VI. B. van 30 Dec. 1805), niet de ministeriëele goedkeuring. (M. B. 1 Juni I883).

Bij opneming van dergelijke vereenigingsscholen in het gemeentelijk verband, mogen voor zulke scholen geen hooger eischen aan de gemeente gesteld worden, dan tot onderhoud der school naar haar rang kunnen worden gevorderd. (M. B. 7 April 18/3).

Bij het overnemen van deze scholen door de politieke gemeente wordt haar konfessioneel karakter niet veranderd.

De schoolgemeenten beslaan in enkele provinciën van Pruisen. In Nassau, Oost- en West-Pruisen en een deel van Silezië zijn politieke en schoolgemeenten een; in NieuwVoor-Pommeren . Sleeswijk en Hannover zijn het vereenigingen van geestverwanten in een plaats. Haar grenzen en organisatie worden geregeld door het schooltoezicht, de eerste vallen in den regel samen met die der politieke gemeenten. Daar het bestaan van groote schoolorganisaties ongetwijfeld in het belang der school is, moeten konfessioneel gescheiden scholen, vooral dan, wanneer voor de afzonderlijke scholen uit

'i Uörpfeld klaagt in zijn „Fundamentstück" (zie aldaar noot by blz. 17 en IS), dat de vrije „Schulgemeindeordnung des Frankenwinkeis" miskend, belasterd en verlaten, geheel dreigt onder te gaan.

Sluiten