Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze een deel, dat om de drie jaren wordt bepaald en niet onder zeker minimum mag dalen. Voor armere kinderen wordt in zulke gevallen (ook in Beieren, Brunswijk) het schoolgeld betaald uit de gemeentelijke armenkas, zonder dat dit echter geldt als armenondersteuning (Baden). In Saksen wordt het schoolgeld der gratis schoolgaanden omgeslagen over de schoolgemeente. Bijna overal heeft men klassen van schoolgeld, gebaseerd op de vermogens- of belastingverhoudingen, verder ook (o.a. in Hessen) naar de grootte van de plaats, in Baden naar het totaal getal schoolkinderen in een gemeente.

In Saksen-Weimar-Eisenach wordt de steun van het rijk afhankelijk gemaakt van het heffen vin een voldoend schoolgeld.

Onderhoudsplicht. Gelijk wij gezien hebben, rust in Pruisen de verplichting tot onderhoud der scholen of op de schoolverenigingen óf op de politieke gemeenten of heerlijkheden.

In Saksen heerscht het eerste beginsel.

In Anhalt bestrijdt de overheid alle kosten, voor zooverre ze niet door dotaties of verplichtingen zijn gedekt, waar tegenover staat, dat ze 40 "U der schoolgelden voor zich eischt.

In alle overige staten zijn de politieke gemeenten de dragers der schoolkosten.

Soms wordt bij den gemeentelijken omslag rekening gehouden met de konfessie, in dien zin, dat ieder slechts bijdraagt voor de school zijner konfessie (Beieren Hessen)in andere staten (Wurtemberg, Baden, Elzas-Lotharingen) niet.

De staat draagt een deel der schoolkosten aan de eene zijde als opvolger in rechten en eigendommen van vroegere stichtingen, kloosters enz. of wel tot ondersteuning. Evenals in Pruisen wordt deze subsidie soms verleend naar vaste regels, soms naar de wisselende behoeften.

lil Ueieren betaalt de hooge overheid het grootste deel der schoolkosten, in Baden draagt zij, volgens de wet, het deel, dat ongedekt blijft, wanneer de gemeenten een zeker maximum in den omslag hebben opgebracht, in voor de gemeenten ongunstige omstandigheden zelfs het geheele bedrag. In Hessen ontvangen de gemeenten voorschotten voor schoolbouw tegen lage rente of renteloos. In Saksen wordt jaarlijks het derde deel der in de gemeente opgebrachte grondbelasting uitgereikt aan de schoolgemeente der kontessioneele meerderheid, die dit bedrag in verhouding tot het getal kinderen moet deelen met de konfessioneele minderheid. In Anhalt betaalt de staat ■'/ van de kosten van bouw of herstelling der schoolgebouwen. In Saksen-Coburg-Gotha geldt als regel (Schoolwet van 1863 § 37) dat gemeenten, die sedert 5 jaar geen staatssubsidie hebben getrokken, haar eigen onderwijzers mogen kiezen. Deze keuze moet echter door den vorst worden bekrachtigd. In Baden hebben gemeenten, die op eigen kosten haar scholen uitbreiden, bij benoeming van den hoofdonderwijzer het recht van voorstellen. In andere gevallen geschiedt de aanstelling door het hoogere gezag, nadat het plaatselijke schoolbestuur gelegenheid is gegeven, bedenkingen in te brengen.

Nog vermelden wij omtrent de benoeming der onderwijzers :

lil MecklenburgSchwerin benoemt in domeinscholen de minister, in scholen on heerlijkheden de bezitter of de kerkelijke patroon, in de steden de minister of de plaatselijke magistraat. In Saksen geschiedt de keuze door het plaatselijk bestuur, haar bevestiging door het hooger gezag.

Uit het vorige blijkt, dat, wat ook verschille op grond van historische ontwikkeling bijna overalin Duitschland als grondgedachte heerscht, dat in eerster instantie het onderhoud der school is toevertrouwd aan een engeren kring, hetzij van rechtstreeks belanghebbenden (schoolgeld betalenden), hetzij aan de politieke gemeente, terwijl de staat (een enkele maal ook het district) eerst in de tweede plaats bijpast.

De onderwijzers worden bijna overal beschouwd als ambtenaren in middellijken

Sluiten