Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Lager Onderwijs in Hongarije.

Het lager onderwijs in Hongarije wordt beheerscht door de wet van 1868, die later op verschillende punten is aangevuld, maar waarvan de hoofdbeginselen nu nog gelden. Volgens die wet zijn de gemeenten verplicht, lagere scholen op te richten en te onderhouden, voor zooverre daaraan behoefte bestaat en zij het doen kunnen. De Staat kan een lagere school oprichten, waar hij haar noodig acht. Bijzondere personen, vereenigingen en genootschappen mogen scholen oprichten.

De verplichting van de gemeente, om een lagere school op te richten, vangt aan wanneer voor 30 kinderen, die leerplichtig zijn, de oprichting van zulk een school' gewenscht wordt. Om in het onderhoud van de scholen te voorzien, mag de gemeente een speciale belasting heffen, die voor eiken burger niet hooger mag gaan dan 5% van hetgeen hij aan directe belastingen betaalt. Die belasting mag echter niet geheven worden, indien op andere wijze in het onderhoud der school kan voorzien worden Hierbij moet gedacht worden aan een schoolfonds. De wet bepaalt nl. tevens, dat bij de verdeeling van gemeentegronden ten minste een 100 ste daarvan moet besteed worden, om er een schoolfonds van te vormen. Van dit fonds mogen alleen de inkomsten, niet het kapitaal, gebruikt worden. Als de gemeente geen eigen scholen heeft, mogen de inkomsten van dat fonds ook gebruikt worden, om confessioneele scholen te subsidieeren.

Ook de scholen van godsdienstige genootschappen bezitten een fonds, dat vooral ontstaan is uit vroegere schenkingen.

De Staat moet een lagere school oprichten, als noch particulieren, noch kerkgenootschappen in de behoefte van onderwijs voorzien en de gemeente dat om financieele redenen niet doen kan. Bovendien bezit de Staat de bevoegdheid om scholen op te richten overal, waar hij dat wenschelijk acht. Van dat recht wordt onbeschroomd gebruik gemaakt, zoodra de Regeering van oordeel is, dat de bestaande scholen niet meewerken tot de bevestiging van den Hongaarschen Staat, dus ook waar verschil in godsdienst of ras aanleiding geeft tot hevigen strijd. In veel gevallen moeten de Staatsscholen dienen om de Hongaarsche taal een plaats te geven in een streek, waar de groote meerderheid der bevolking een andere taal spreekt en vijandig gezind is tegenover de voornaamste taal des lands. Men vindt de meeste rijksscholen dus in arme streken en in plaatsen met een gemengde bevolking, wat de taal betreft.

Een zekere eenvormigheid van het onderwijs wordt verkregen, doordat alle scholen aan bepaalde, door de wet gestelde, eischen moeten voldoen. Die eischen zijn :

alle door de wet vastgestelde vakken moeten onderwezen worden;

de onderwijzers moeten een akte van bekwaamheid bezitten;

een klasse mag niet meer dan 80 leerlingen tellen;

de jongens moeten afgescheiden worden van de meisjes;

het schoolgaan moet in de steden minstens 9 maanden duren en op het platteland minstens 8 maanden;

het schoolgebouw moet aan bepaalde eischen voldoen. Ten opzichte van schoolge-

Sluiten