Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Schooltoezicht.

Ieder kerspel vormt in den regel een schooldistrict. Bij uitzondering zijn verschillende kerspelen tot één district vereenigd. Het onmiddellijk toezicht op het onderwijs in het district wordt gehouden door den schoolraad, die uit minstens 4 leden bestaat, buiten den Voorzitter, waartoe de pharrer (geestelijke) of zijn plaatsvervanger aangewezen is. De leden van den schoolraad worden gekozen door de stemgerechtigden der gemeente, in eene vergadering. Ook vrouwen mogen in den schoolraad zitting nemen. De schoolraad houdt toezicht op de plichtsvervulling der onderwijzers en het getrouw schoolbezoek der leerlingen, heeft ook het recht nieuwe instructie's vast te stellen of wijzigingen in de bestaande reglementen te brengen. Deze veranderingen behoeven echter, voor en aleer zij ingevoerd mogen worden, de goedkeuring van het domkapittel. Jaarlijks brengt de schoolraad een uitvoerig verslag uit van den toestand van het onderwijs in het eigen district. Buiten den eigenlijken kring zijner werkzaamheid, bevordert de schoolraad de oprichting van volksbibliotheken, ten einde de belangstelling voor kennis

en wetenschap te onderhouden. .

Het hoogste gezag over het volksonderwijs berust bij den Koning, die de uitoefening toevertrouwd aan zijn Minister. Sedert 1864 is aan het Ministerie van Eeredienst voor het onderwijs eene afzonderlijke afdeeling ingericht.

Opmerkelijk is in dit geheel Protestantsche land de officieel erkende invloed der Kerk op de inrichting en de ontwikkeling van het onderwijs, welke invloed trouwens in Zweden gemakkelijker kon toegestaan en geregeld worden dan in andere landen, dewijl de ge-

heele bevolking denzelfden godsdienst belijdt.

In ieder bisdom houdt de bisschop en het hem terzijde staande domkapittel een nauwkeurig toezicht op de aangelegenheden van het volksonderwijs, waakt voor de leiding en ontwikkeling van hetzelve en zendt jaarlijks hierover aan den Minister een uitvoerig verslag. Ook wenschen en voorslagen, betreffende de regeling van het volksonderwijs worden door den bisschop in overleg met het domkapittel aan het Ministerie

van Eeredienst voorgelegd. u-«i-

Van regeeringswege zijn voor een bepaalden tijd volksschool-inspecteurs over het geheele land aangesteld. Hun aantal bedroeg in 189I dertig. Onverminderd dit aantal rijksinspecteurs oefenen in sommige oorden, voornamelijk in de groote steden, gemeentelijke school-inspecteurs het toezicht op het lager onderwijs uit.

Leerplicht.

In Zweden bestaat voor de ouders de wettelijke verplichting om hunne kinderen in het jaar, dat deze den leeftijd van 7 jaren bereiken, naar de school te zenden Het verplichte schoolgaan eindigt eerst in het W* jaar. Met toestemming van hete kel.jk gezag kan de schoolraad een kind van den leerplicht dispenseeren doch niet langer dan tot het 9<ie jaar. Een leerling, die aan het einde van den verplichten leertijd geen voldoende kennis heeft verworven, wordt nog eenigen tijd als leerplichtig beschouwd De leerling daarentegen, die vóór het einde van den verplichten leertijd den cursus der volksschool flink heeft doorloopen kan van verder schoolbezoek ^ijgestekl worden kinderen, die privaat-onderwijs ontvangen, moeten jaarlijks bij den Voorzitter va« den Schoolraad of diens plaatsvervanger zich aan een onderzoek omtrent hunne vorderinge onderwerpen. Blijkt het, dat zij in kennis en ontwikkeling ten achter staan bij andere kinderen van hun leeftijd, dan zijn de ouders verplicht voor het onderwijs van de

volksschool gebruik te maken. , ,

Wanneer ouders of overheden hunne kinderen niet ter school zenden of het schoolbezoek veronachtzamen, dan worden zij door de geestelijkheid op hun plicht gewezen en wanneer deze vermaning niet baat, dan worden zij voor den schoolraad geroepen waar hun opnieuw op de noodlottige gevolgen van hun plichtsverzuim gewezen wordt.

Sluiten