Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORWOORD.

Gaarne grijp ik de gelegenheid aan, hier een woord van dank uit te spreken aan allen, die mij bereidwillig ter zijde stonden bij het bijeenbrengen van bronnen en gegevens, welke ik voor mijn werk behoefde.

Te talrijk zijn deze, personen en bibliotheken, dan dat aan elk in het bijzonder een woord van dank gericht zou kunnen worden: van vele zijden toch, uit binnen- en buitenland, mocht ik de meeste bereidwilligheid ontmoeten, zoowel tijdens mijn bezoek aan de voornaamste Europeesche Openbare Leesmusea en volksbibliotheken, als bij mijn aanzoeken om schriftelijke inlichtingen. Ik moet hier, hoe ongaarne dan ook, met de vermelding volstaan van slechts enkelen: Dr. C. NöRRENBERG te Düsseldorf, A. S. Steenberg te Horsens, Prof. E. Reyer te Weenen, J. Stanley Jast te Croydon en W. R. Eastman te Albany.

Een bijzonder voorrecht echter, waarbij een bijzondere dankbetuiging past, acht ik het voor mij geweest te zijn, dat ik over menig onderdeel van dit werk van gedachten heb mogen wisselen met personen, wier voorlichting ik op zeer hoogen prijs stel. Ik noem ook hier slechts enkelen, waar ik velen bedoel: G. van rljn, Gemeente-bibliothekaris te Rotterdam, en A. J. van Huffel Jnr., te 's-Gravenhage; terwijl ik daarenboven nog mij ten zeerste aan U, mijn hooggeachten Promotor, Prof. D. van Embden, verplicht weet, voor de hoogst welwillende wijze, waarop Gij mij steeds in de gelegenheid steldet, Uw voorlichting te zoeken.

Sluiten