Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INHOUD.

Bladz.

Inleiding 1

Hoofdstuk I: DE SOCIAAL-PAEDAGOGISCHE ZIJDE VAN HET

VRAAGSTUK DER OPENBARE LEESMUSEA 5—119

(1)

Openbare Leesmusea en andere bibliotheken (§ 1—58).

De bestaande bibliotheeksoorten, het streven naar ontwikkeling en ontspanning waaraan deze tegemoet komen. (§ 1—3).

Het verschil tusschen Openbare Leesmusea en Volksbibliotheken

4—18): de bestemming van Volksbibliotheken (4—7), de bezoekers van volksbibliotheken (8, 9), het gehalte der door volksbibliotheken geboden lektuur (10), karakter van instelling van liefdadigheid (11); hel karakter van Openbare Leesmusea (12—15),

neutraliteit op elk gebied (16), werkwijze van Openbare Leesmusea (17), naam (18).

Het verschil tusschen Openbare Leesmusea en wetenschappelijke,

studie- en andere bibliotheken van meer gesloten aard (§ 19—50): de aanschaffing van boeken (20), van wetenschappelijke werken (22), ontspannings- en onderhoudende lektuur (23—25), dagbladen (26—31), muziek (32—34), kunstreproducties (35), en boeken voor blinden (36); gedragslijn ten opzichte van den bezoeker (37—39).

Samenwerking van Openbare Leesmusea en wetenschappelijke en studiebibliotheken (§ 40—50): met vakbibliotheken (41—43), stadsbibliotheken (44, 45), wetenschappelijke en studiebibliotheken in engeren zin (46—50).

Verhouding van Openbare Leesmusea tot niet-kosteloos toegankelijke en gesloten bibliotheken (§ 51—58): de huurbibliotheek (52 — 55), het leesgezelschap (56), het gesloten leesmuseum, leescabinet, enz. (57), school-, vereenigings- en andere bibliotheken van geringer omvang 5—46

(2)

Openbare Leesmusea en het onderwijs (§ 59—90).

Samenwerking en wederzijdsehe aanvulling (§ 59—60).

Sluiten