Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INHOUD.

Bladz

De oprichting ($324-325): algemeene eischen (324), waarschuwing tegen onvoldoende zekerheid voor het voortbestaan (325).

De uitgaven ($ 326-342): de uitgaven in 's Gravenhage (326),

Freiburg (327), New York (328;, Zwittau (330), Stuttgart, Jena (331), Weenen, Breraen (332), Hamburg (333), Franklort (334),

Berlijn (335, 336), Dresden (336), Diisseldorf, Antwerpen (337), Charlottenburg (338), Croydon, Westminster (339), Manchester, Birmingham (340), Harttord, St.Joseph, Philadelphia, Worcester,

Boston, Newark, Galesbury (311); de uitgaven dezer Openbare Leesmusea per hoofd berekend (342) 255 274

(2)

De inkomsten (§ 343—413).

Inleiding (§ 343), schema voor de bespreking der verschillende bronnen van inkomsten (344).

Leesgeld (§ 345-351): algemeene tegenwerpingen (345), discussie over voor- en nadeelen (346, 347), het dalen der uitleenen bezoekcijfers (348), het standpunt van Reyer (349), de door leesgeld inkomende bedragen (350), de methoden van inning (351).

Enkelvoudig particulier initiatief <§ 352—373): de propagandisten en grondleggers der beweging in Verschillende landen (352); giften van particulieren (353, 354), »Carnegie-gifts" (354); stichtingsbibliotheken (355—358); openbare (355) en labriekEbibliotheken (356—358).

Samenwerkend particulier initiatief (§359—373): Vereenigirigswerk in het algemeen (359); algemeene vereenigingen (360 — 364):

zulke, van welke het doel niet op ontwikkelings-terrein ligt (360),

wier doel verwant is aan bibliotheekwerk en over het gehcele landgebied werkzaam (361—363), en slechts plaatselijk werkzaam (364); bibliotheekvereenigingen (365—373): overzicht (365), plaatselijke bibliotheekvereenigingen in engeren zin (366, 367), subsidieerende bibliotheekvereenigingen (368,369), gesloten bibliotheekvereenigingen (370), algemeene bibliotheekvereenigingen (371); conclusies aangaande de grenzen van de aan het particulier initiatief te stellen bemoeiingen (372, 373).

Openbaar gezag (§ 374-413): de argumenten van voor- en tegenstanders van bemoeiingen van deze zijde (374, 375); overzicht der bemoeiingen (376).

De gemeente als verzorgster (§ 377—386): gemeentelijke subsidies aan bibliotheekvereenigingen (377), subsidies van bibliotheekvereenigingen aan gemeentelijke instellingen (378); gemeentelijke bibliotheken (379—385): waarom gemeentegelden aan bibliotheekzorg mogen worden besteed (380— 383), vrije gemeentelijke bibliotheken (384), uniforme regeling en verplichte gemeentelijke zorg (385).

Staatszorg (§ 386—413): inleiding en overzicht (386, 387); ministerieele aanbevelingsnota?s (388); staatssubsidies (389 391); staats-bibliotheek-commissies, haar werkzaamheden en hulp bij

Sluiten