Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I

i

I. Inleiding. Wij zien het maatschappelijk streven naar ontwikkeling op twee polen gericht: met de verkregen ontwikkeling in staat te zijn tot klaarder inzicht te geraken over hetgeen tot ons komt; èn, de opgedane kennis te bestemmen voor de geschiktheid tot het uitoefenen van een maatschappelijk beroep. En daarbij valt een onmiskenbare voorkeur op te merken voor de richting van het streven naar bijzondere vak-ontwikkeling. Wij zien een aantal instellingen gereed staan om aan dat streven zekere leiding te geven, aanvangend met het bijbrengen van eenige elementaire begrippen en kundigheden. Voor een groot deel der bevolking eindigt hiermede reeds iedere steun, iedere aanmoediging, iedere prikkel om met het eens verkregene in een der beide richtingen verder te gaan.

Maar voor het andere deel, het kleinere, staan dan verder een reeks instellingen gereed, bestemd om het geestelijk bezit te bestendigen, uittebreiden en tot rijpheid te brengen: herhalingsen vakonderricht, middelbaar- en hooger onderwijs.

De in deze instellingen van onderwijs tot rijpheid gekomen ontwikkeling is in doorloopend de meeste gevallen voorbestemd te worden omgezet in bijzondere geschiktheid voor een bepaald beroep. Wat wij plegen aan te duiden met «algemeene ontwikkeling», «harmonische ontwikkeling», wordt daar zelden met volle bewustheid gezocht.

Nu is de in dit systeem van onderwijs opgenomen instelling, die wij kennen als het magazijn van gedrukte hulpmiddelen bij het onderwijs: de studie-bibliotheek, een getrouwe weerspiegeling van het op vak-ontwikkeling gerichte onderwijs. Wij zien, betrek-

Sluiten