Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drang naar economische verbetering, oefenen een nivelleerenden invloed uit.

En zóó is het mogelijk, dat Pfannkuche in zijn hoogst belangwekkende brochure schrijven kon, dat de groote misslag, dien de Volksbibliotheek beging, was, «dass man die Bildungsbediirfnisse der aufstrebenden Arbeiterschaft vollstandig verkannte, überhaupt weniger ein Bildungsbedürfnis als ein ziemlich niedrig gewertetes Unterhaltungsbedürfnis bei ihnen voraussetzte». ')

Hiermede nu naderen wij het tweede verschilpunt tusschen Volksbibliotheken en Openbare Leesmusea.

IO. In de keuze van lectuur richt zich de Volksbibliotheek bijna uitsluitend naar de vraag om ontspanningslectuur. Men behoeft nog geen tegenstander van het verschaffen van ontspanningslectuur door openbare leesinrichtingen te zijn, om het verkeerde hiervan in te zien. Worden door nalatigheid of onkunde wetenschappelijke- en vakboeken in een zoodanige irtrichting gemist, zoo blijft iedereen vreemd aan de bibliotheek, die daar hulpmiddelen verwachtte te vinden bij eigen arbeid, bij degelijker ontwikkelingsstreven of voor vakstudie. Paedagogische tendenzen zijn daar vreemd.

Bezien wij dan het gehalte dier ontspanningslectuur. Doorgaans — de goede eigenschappen niet te na gesproken is dit bedroevend te noemen, zoowel wat de keuze als den toestand der boeken betreft. Dikwijls blijkt er weinig zorg aan beide besteed. Met opzet vindt men het gehalte wat laag gehouden, want — nogmaals is Nörrenberg aan het woord —: «der ehemalige Standpunkt lag tief inmitten der unteren Stande, insofern diese die grosse ungebildete, unbemittelte Masse darstellen, die aus der Volksschule nur elementare Bildung mitbringt, in ihrem Beruf und sonstigen Leben keinen Anlass findet, diese zu erhöhen, leicht Gefahr lauft, diesen Besitz zu verlieren oder aus der Tagespresse oberflachlich zu erganzen; die im Allgemeinen nach des Tages Last und Arbeit weder Lust noch Zeit hat, sich zu bilden, sondern zufrieden ist, sich durch unterhaltende Lektüre zu erfrischen, und dabei meist der Hintertreppen-Literatur verfallt. Für diese Volksschichten, für ihre oft zu weckenden Lesebedürfnisse war die «Volksbibliothek» von ehedem bestimmt, mehr eine Wohltatigkeits- als eine gemeinniitzige Anstalt». 2)

') A. H. Th. Pfannkuche, Was liest der Dentsche Arbeiter? Tüb. u. Lpz. 1900, S. 3.

C. Nörrenberg, l.c. S. 562.

Sluiten