Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er wordt dikwijls, en dikwijls genoeg met reden, laag neergezien op deze bibliotheken. Doorgaans zijn zij slecht verzorgd, bevatten veel pikante en sensationeele lektuur en worden meest geëxploiteerd ten koste van het publiek, als bijverdienste voor den kleineren boekhandel. De reusachtige bedrijven van Muddie te Londen en Last te Weenen zijn overigens daar om te toonen, hoe een huurbibiiotheek geëxploiteerd moet worden.

De huurbibliotheek heeft als «das Mittelding zwischen Privatund öffentliche Bibliothek » ') een niet te onderschatten beteekenis, doordat zij lang de eenige bibliotheek is geweest waar onderhoudende lektuur te bekomen was in hoeveelheden en afwisseling, zooals geen gemiddelde lezer zelf kan aanschaffen. Zij is in dit opzicht de zéér vroege voorlooper der Openbare Leesmusea, en de «Centralbibliothek» te Weenen b.v. herinnerde mij al zeer sterk in haar wijze van werken aan de huurbibliotheek, wellicht ook door het gebrek aan een leeszaal; natuurlijk beter voorzien, zorgvuldiger geleid dan de meeste huurbibliotheken en zonder het doel van winstmaken.

53* Verscheiden schrijvers hebben voorstellen gedaan voor een samenwerking tusschen Openbare Leesmusea en huurbibliotheken. Bijvoorbeeld in de aanschaffing van de allernieuwste romans en novellen. Zulke boeken, «hot from the press» in Openbare Leesmusea op te willen nemen heeft vele bezwaren, geldelijke en aesthetische, 2) zooals later nog zal worden aangetoond. Toch is het waar, wat Poole als de woorden van George Ticknor aanhaalt: «...de onderhoudende lektuur-van-den dag moet voor het geheele publiek te bekomen zijn, wanneer het daar 't meest naar verlangt, dat is: wanneer die lektuur nog nieuw is en frisch.» s) Maar men bedenke toch anderzijds, dat «de nieuwste roman gelezen te hebben» doorloopend het verlangen en de wensch is van hen, die daarmede een conventioneele plicht te vervullen hebben ten opzichte van de hoogere conversatie. Daarvoor nu behoeft het Openbaar Leesmuseum beslist niet te zorgen.

Een samenwerking, zooals Adams deze voorslaat, verdient daarom wel overweging. «Wij zouden», zoo zegt hij, «met iederen

l) w. Kitzing uud C. Wahl, Handbuch des Leihbibliothekwezens. Tandpij pz. 1886, S. 4.

*) A. Keysser, Die öffentliche Bibliotheken und die schone Literatur.. Cöln, 1903, S. 14. Zie ook: LJ. 1902, p. 18.

3) W. F. Poole, The Public Libi-ary of our time. !n: LJ. 1887, p. 315.

Sluiten